Leidinggeven aan het platte leger

platte legerEr is een omslag gaande van hiërarchische naar platte organisaties. Leiding geven aan een plat leger vraagt ander gedrag van de leider. Hoe het gedrag van de leider van een horizontale organisatie er uitziet zijn we aan het ontdekken.

De grote omslag die we maken wordt vaak benoemd als ‘van Angelsaksisch naar Rijnlands’ denken en organiseren. Binnen het Rijnlandse denken gaat het om waarden, vakmanschap, autonomie en plezier in het werk. De leider is meer dienend dan sturend.

Professionele vakmensen willen niet bestuurd worden vanuit een boven-onder relatie, hebben een allergie voor een macht- en bevelstructuur. Vakmensen hebben behoefte aan ruimte, vertrouwen, erkenning van hun kwaliteiten. Zij willen zich verbinden aan een inspirerende missie die raakt aan hun professionele en persoonlijke waarden.

Hiërarchische bedrijfsculturen gaan het niet redden, zijn trouwens ook niet slagvaardig. We moeten platte legers organiseren en die dienen op een heel andere manier geleid te worden. De Canadees Dan Pontefract noemt dit ‘Flat Army management’. In een horizontale organisatie zijn er minder managers, maar de rol van de managers wordt wel belangrijker. De manager moet mensen vooral inspireren en uitdagen.

De Flat Army manager werkt volgens het door Pontefract genoemde CARE-principe: Continuous, Authentic, Reciprocal en Educating. Hij stimuleert samenwerking voortdurend, is authentiek, handelt vanuit het principe van geven en nemen en stimuleert tot leren.

Flat Army managers zijn aanwezig, zij onderhouden veel contacten en relaties, staan tussen de medewerkers en werken mee aan een gezamenlijk resultaat. In een plat leger zijn er korte lijnen, is er openheid, verbinding, feedback, gelijkheid en regelruimte, vertrouwen en eigenaarschap. Dat realiseren vraagt niet minder maar meer van managers, maar wel anders. De Flat Army managers zijn vooral verbinders.

Mede n.a.v. Houtkamp. P. , Opmars van het platte leger, PW De Gids.nl, juni 2013.

 

Nederigheid – de moeder van alle deugden

NRCIn de Wetenschapsbijlage bij het NRC van 4 januari las ik een bijzonder artikeltje met als titel: ‘Nederigheid – de moeder van alle deugden’. De clou van dit artikel: Nederigheid is geen gebrek aan zelfvertrouwen, maar nederige mensen hebben juist een kalm en accepterend zelfbeeld.

Deze kennis over de psychologie van de nederigheid is afkomstig uit een bijdrage van een paar Amerikaanse psychologen aan een tijdschrift over sociale persoonlijkheidspsychologie. Zij schrijven over een aantal onderzoeken die op dit moment gedaan worden naar nederigheid.

Samenvattend geven zij een aantal kenmerken van nederigheid: Openstaan voor nieuwe inzichten, niet bang zijn om af te gaan, onder ogen zien van je eigen fouten, anderen gelijkwaardig achten, jezelf accepteren, niet gevoelig zijn voor de bedreigingen van het eigen ego, jezelf kennen en verantwoordelijkheid nemen als je iets verkeerd doet. Omdat nederige mensen niet zo bezig zijn met het oppoetsen van het eigen ego, hebben ze meer ruimte om oprecht blij te zijn als het goed gaat met andere mensen.

Tja soms wordt iets als nieuwe kennis gepresenteerd en gebaseerd op onderzoek, terwijl oude bronnen die kennis ons al eeuwen lang voorhouden. De Bijbel heeft het bijvoorbeeld over ‘de ander uitnemender achten dan jezelf’ of je ‘te verblijden met de blijden’ , ‘elkaar te bemoedigen’, en Jezus zegt tot zijn discipelen: ‘Wie belangrijk wil worden die moet dienaar zijn’.

C.S. Lewis zei dat nederigheid is ‘not thinking less of yourself, but thinking of yourself less’.

 

 

Nederlands onderwijsbeleid maakt slagzij

Geert ten DamEr komen steeds meer signalen dat het onderwijsbeleid in Nederland slagzij maakt. Het is als een schip dat gevaarlijk overhelt naar één kant. We slaan gewoon door. Steeds meer mensen pleiten voor een herstel van de balans. Zo ook Geert ten Dam, de voorzitter van de Onderwijsraad.

We zijn doorgeslagen in het meten, het kwantificeren, het toetsen, het opbrengstgerichte. In een interview in Schoolbestuur spreekt Geert ten Dam daarover haar zorg uit. Een rapport van haar raad was daaraan vooraf gegaan. Samenvattend komt dit op het volgende neer:

Goed onderwijs heeft toetsen nodig, maar het middel is doel geworden. Toetsen worden niet meer gebruik om leerlingen te volgen en de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren, maar om af te rekenen.

Door een accent op basisvaardigheden hebben een eenzijdige en versmalde kijk op onderwijs ontwikkeld.

Het is nodig dat we onze visie verbreden, dat we meer aandacht geven aan de brede vorming, oog hebben voor de opbrengsten van een breed pakket aan vakken. We moeten scholen niet alleen afrekenen op prestaties bij rekenen en taal. We moeten nagaan hoe ze werken aan burgerschapsvorming, problemen leren oplossen, samenwerken, communiceren, ICT vaardigheden. En we moeten beseffen dat wat er toe doet niet altijd of meestal niet te kwantificeren is zoals bijvoorbeeld persoonsvorming.

Het laatste rapport van de Onderwijsraad met de onthullende titel ‘Een smalle kijk op onderwijskwaliteit’ geeft ook een heldere boodschap af.

Naast veel wat goed gaat, legt dit rapport ook de vinger bij een aantal zere plekken. Scholen richten zich op het toetsbare en zijn afgeleerd om zelf na te denken over wat goed onderwijs is. Het ontbreekt aan visie. Doordat scholen afgerekend worden op hun resultaten durven ze niet meer te vernieuwen en te experimenteren. Het onder de toetsdruk zetten van leerlingen doet een aanslag op de eigenwaarden van leerlingen die niet zo goed presteren.  

De wal keert het schip. En hoe nu verder?

Oog hebben voor de brede kwaliteit en niet alleen voor de basisvaardigheden. Er moet meer aandacht en waardering komen voor niet cognitieve activiteiten. De overheid moet zich beperken tot de hooflijnen en het aan de instellingen overlaten om zelf dit in te vullen en hun eigen keuzen te maken. Vooral insteken op de kwaliteit van de leraar en de schoolleider. 

Schoolleiders moet sturen vanuit visie en filteren, niet alles wat tot de scholenkomt hoeft een plek te krijgen. Schoolleiders moeten met hun teams het gesprek aangaan over wat goed onderwijs is.

Het onderwijs moet vooral weer zelf aan zet komen.

________________________________________________________________

Meulenbeld, G.J. (2013), Onderwijs weer in balans brengen, interview met Geert ten Dam. Schoolbestuur,  7, december 2013, p..8-9.

Onderwijsraad. (2013). Een smalle kijk op onderwijsbeleid. Den Haag: Onderwijsraad.