Vormgeving identiteit Driestar educatief hangt af van context

Verschenen als opinieartikel in RD van 26 december en is een antwoord op de reactie van een drietal collega’s op het essay ‘Telkens terug naar de bron’.

Binnen de reformatorische kring spreken over identiteit is niet makkelijk. Je kan zomaar worden misverstaan. Met mijn essay ”Telkens terug naar de bron” (RD 13-12) wil ik het gesprek stimuleren over hoe levensbeschouwelijke organisaties hun identiteit praktiseren.

Uit veel reacties blijkt dat het mensen inderdaad helpt aan inzichten, taal en beelden om dat gesprek ook voor de eigen organisatie te voeren. Ik waardeer het dat de collega’s Flier, Kuijers en Van Leeuwen een bijdrage leveren aan dit gesprek met hun reactie op Forum. Dit artikel toont hun grote betrokkenheid bij Driestar educatief. Alle drie zijn ze graag geziene gasten binnen ons instituut, altijd bereid om te participeren in resonansgroepen of projecten. In hun artikel uiten ze hun waardering voor de kwaliteit die Driestar educatief levert, en ze begrijpen ook dat vormgeven aan de identiteit een zoektocht is, omdat de omgeving en de vragen die deze stelt steeds verandert.

Grondpatronen

De drie directeuren hebben echter moeite met de nieuwe koers die Driestar volgens hen zou zijn ingeslagen en gebruiken daarvoor woorden als „het weghalen van begrenzingen, verzetten van de oude palen, vervreemden van de achterban”. Herlezing van mijn essay met deze opmerkingen in het achterhoofd, roept bij mij de vraag op waar de collega’s zich nu precies op baseren. Weliswaar spreek ik over het zoeken van nieuwe manieren om met identiteit om te gaan, een tocht die ik ook bij de SGP waarneem, maar ik stel uitdrukkelijk, dat juist het denken vanuit de kern niet een volledig nieuwe weg is. Bovendien geef ik aan dat normen en vormen er wel degelijk toe doen, zelfs belangrijker worden.

De Driestargeschiedenis beschreven in de boeken ”Wordt een heer!” en ”Wees een gids!” laat zien dat Kuijt een aantal grondpatronen heeft gelegd die nog steeds binnen Driestar educatief terug te vinden zijn.

Allereerst de Bijbel en het gereformeerde belijden als de kern van onze identiteit. Daarna de brede kijk op de plaats van de kerk in de wereld, daarvoor liet Kuijt zich vooral vormen door Calvijn, de keuze voor interkerkelijkheid, de passie voor een brede vorming van studenten en zelfs al het belang van internationalisering. Dit grondpatroon is nog steeds actueel voor ons instituut. De vraag waar we telkens voor staan is hoe we dit doorvertalen naar deze tijd.

In het tweede boek wordt dit uitvoerig beschreven door John Exalto en Ton van der Schans. Je ziet daar dat we vanuit dezelfde kern zoeken naar antwoorden op de vragen die tot ons komen, en die per periode verschillend zijn. Dit is de zoektocht die elke identiteitsgebonden organisatie meemaakt. Dan is er niet zozeer sprake van koerswijzigingen, maar vanuit de kern zoeken naar de bij de context passende vormen en normen.

Overigens laat de geschiedschrijving zien dat er altijd wel een kritische houding is geweest van de primaire doelgroep van Driestar naar het ‘eigen’ instituut. Dit is niet altijd gemakkelijk, maar komt wel voort uit een grote betrokkenheid van de achterban.

Kernwaarden

Een voorbeeld van het zoeken naar een passende vorm is de publieke bijeenkomst waar de collega’s aan refereren. Een bijeenkomst die wij niet met Schriftlezing en gebed openden. Ze zien dit als consequentie van kerndenken. Als de context niet bekend is, kan de argeloze lezer inderdaad de indruk krijgen dat Driestar educatief de traditionele vormen overboord zet. Niets is minder waar.

In het essay schrijf ik dat wanneer je vanuit de kern probeert te denken en te werken, vormen niet minder, maar meer van belang zijn. De context is echter bepalend voor de vorm die je kiest. De genoemde bijeenkomst was voor een breed publiek, om ons boek ”Onderwijs vraagt leiderschap” aan de man te brengen en daarbij horende  onderwijsadviesproducten te promoten.

Bij een promotie-bijeenkomst voor een breed publiek, kiezen we voor een andere vorm en openen we niet op traditionele wijze, dat is niet passend. Binnen onze opleidingen en bij onderwijsadvies-activiteiten die identiteitsgebonden en op de eigen achterban zijn gericht, maken we hierin heel herkenbare keuzes. De vormgeving die we kiezen hangt af van het doel, de inhoud en de doelgroep.

Wat ik mis in de reactie, is dat er niet wordt ingegaan op de kern van mijn betoog: hoe geven wij in onze instituten de identiteit vorm en norm? Hoe laten we de kern van de identiteit een levende werkelijkheid blijven of worden?

Dat is onze opdracht en daar wil ik graag het gesprek over voeren. Als de suggestie achterblijft dat dit een maakbaar proces is, dan betreur ik dit. In de manier waarop we de kernwaarden van Driestar educatief hanteren, is een houding van afhankelijkheid cruciaal. Leven en werken uit de kern is niet maakbaar, maar afhankelijk van het de werking van Gods Geest. Toch zijn we verantwoordelijk voor het gestalte geven aan de identiteit in de praktijk van elke dag.

Ik deel het verlangen van de collega’s naar een gefundeerde, levende en functionerende identiteit in onze organisaties. Kerndenken mag daaraan geen afbreuk doen. Ik wil luisteren naar hun mening en die ook meenemen in verdere doordenking van identiteit binnen ons instituut. Kerndenken op de manier die mij voor ogen staat, gaat niet ten koste van de identiteit, maar doet je bewuster omgaan met de rijkdom van Gods Woord en andere bronnen. Zorgvuldig keuzes maken voor normen en vormen die passen bij de kern van de identiteit, om zo de kern binnen de context concreet maken.

 

 

 

De Berijder, de Olifant en het Pad. Over veranderen.

Lijners krijgen nooit genoeg van nieuwe artikelen en boeken over manieren om slank te worden en te blijven. Op de keper beschouwd komen veel van deze boeken en artikelen neer op het herhalen van een aantal fundamentele principes. Ze worden alleen steeds weer opnieuw verpakt en aan de man gebracht.

switchDit geldt ook voor boeken en artikelen over gedragsverandering. Lijnen is trouwens ook voor 99% gedragsverandering. Iedereen heeft van die gedragingen die hij graag kwijt zou willen  of zou willen veranderen, maar het lukt maar niet of slechts voor een poosje. Psychologen hebben allang de fundamentele principes voor gedragsverandering in kaart gebracht. Maar ze toepassen is moeilijk. Soms verschijnt er weer een boekje waarin het allemaal nog eens op een rij wordt gezet, maar dan net weer even anders. Zo’n boekje is Switch, veranderen als verandering moeilijk is. De broeders Heath die dit boekje schreven, publiceerden ook de bestseller De plakfactor. In  Switch vertellen ze hoe je veranderingen succesvol kunt aanpakken, bij jezelf of in je team of bedrijf. En allicht kun je daar weer wat van leren of roept het inzichten bij je wakker die weggezakt waren.

De broeders Heath gebruiken en sterk beeld. Een Olifant, de Berijder en het Pad. Ze doen er alle drie toe. Succes is alleen verzekerd als je ze alle drie voldoende aandacht geeft.

De Berijder geeft de richting aan, maakt de plannen, is de rationele kant van de mens. Deze heeft de neiging om zich te verliezen in de analyse en de plannenmakerij waardoor het proces niet op gang komt. De Berijder heeft ook de neiging om in het negatieve te blijven hangen en achterom te kijken in plaats van vooruit. Daarom moet je aansluiten bij lichtpuntjes, dingen die blijken te werken en daar meer van gaan doen. Moet je de planning zo concreet mogelijk maken en een ansichtkaart hebben met de concrete eindbestemming.

De Olifant staat voor de emotie, de motivatie. Het aanspreken van het gevoel is cruciaal om in beweging te komen. Maar de Olifant is ook snel uit het veld geslagen. Daarom moet de stappen klein zijn, directe succesjes opleveren. De mensen moeten het gevoel hebben het te kunnen en ondertussen te groeien.

Het Pad is de omgeving. Om tot een succesvolle verandering te komen moet de omgeving worden aangepast. Zorg dat het moeilijker wordt om het oude gedrag te laten zien. Cultiveer nieuwe gewoontes door actieprikkels te bedenken, die een goed gevoel geven, maar ook de eindbestemming dichterbij brengen. En verzamel de troepen, maak er een collectief proces van, een mens is een kuddedier, goed voorbeeld doet goed volgen.

Denk bij een verandering, bij jezelf of in je team, aan deze drie elementen: de Berijder, de Olifant en het Pad oftewel het Kennen, het Willen en het Kunnen. Als het aan een van deze drie hapert, zal de verandering niet of nauwelijks bereikt worden.

n.a.v.

Heath Chip & Dan Heath (2012).  Switch. Veranderen als verandering moeilijk is. Amsterdam: Pearson.

Telkens terug naar de bron

Verschenen als essay in Reformatorisch Dagblad, 13 december 2014.

schapenDe veranderende samenleving vraagt van christelijke organisaties om te denken vanuit de kern van hun identiteit. Dat maakt helder waar je als christelijke instelling voor staat. Hoe die kern wordt vertaald naar concrete normen en regels, kan per situatie verschillen.

Tijdens de laatste algemene beschouwingen in de Tweede Kamer leverde SGP’er Kees van der Staaij een opmerkelijke bijdrage. Hij deed het voorkomen alsof een vergadering van de ministerraad begon met een Bijbelstudie. Op gevatte wijze legde hij verschillende leden van het kabinet uitspraken in de mond, passend bij hun politieke kleur. Zo liet hij minster Ploumen van Ontwikkelingssamenwerking voorstellen om te kiezen voor de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. Mede door deze originele aanpak kreeg zijn bijdrage veel media-aandacht.

Ongetwijfeld heeft Van der Staaij met zijn medewerkers vooraf goed nagedacht over de inhoud en vormgeving van zijn bijdrage. In de keuzen die gemaakt zijn, hebben ze gezocht naar een manier om de levensbeschouwelijke identiteit van de eigen partij in het debat in te brengen. Al vaker is Van der Staaij opgevallen door de originele manier waarop hij dit doet. Zelfs bij aperte tegenstanders van christelijke politiek levert deze manier een zekere ontvankelijkheid op. Door zijn creatieve aanpak had hij tijdens de begrotingsbehandeling ruimte een hele perikoop uit de Bijbel te citeren. Welk Kamerlid heeft dat ooit gedaan?

Niet minder, maar anders

Wat in Van der Staaijs publieke bijdragen vooral opvalt, is dat hij het accent legt op het positieve van de Bijbelse boodschap. Minder laat hij het opgeheven vingertje zien, maar meer de hartelijke uitnodiging klinken. Een commentator schreef in deze krant: „Van der Staaij getuigt niet minder, maar anders.”

Of je het ermee eens bent of niet, duidelijk is dat Van der Staaij en de zijnen zoeken naar een nieuwe manier om de christelijke identiteit in het dagelijkse politieke bedrijf handen en voeten te geven. De manier waarop de geloofsovertuiging van de partij doorklinkt in het politieke handelen, is niet meer dezelfde als veertig jaar geleden. De voorman van de SGP zoekt vooral naar een aansprekende manier om de kern van het christelijke denken over te brengen. Door deze zoektocht toont Van der Staaij leiderschap in een tijd die vraagt om nieuwe verwoording van het christelijk getuigenis.

Denkproces

Ik herken me in deze zoektocht naar nieuwe manieren om met identiteit om te gaan. Binnen Driestar educatief hebben we daarover de achterliggende jaren vaak en diep nagedacht. We zijn niet minder bezig met onze identiteit, maar wel anders. Hoe staan we als christelijke organisatie in de samenleving van de 21e eeuw? Dat vraagt om doordenking van onze christelijke waarden en hoe die doorwerken in ons handelen. Een deel van dit denkproces wil ik door middel van dit essay delen in de hoop dat het dienstbaar is aan het gesprek over identiteit binnen christelijke, reformatorische organisaties.

Tal van reformatorische organisaties, zoals scholen, zorginstellingen, verenigingen, media en politieke partijen, zijn ontstaan uit de behoefte van een groep mensen die een organisatie met een gereformeerde identiteit wensten. Ouders en leerlingen, deelnemers, cliënten of leden verwachten dat die identiteit herkenbaar aanwezig is. De instituten besteden in hun beleid en presentatie daarom veel aandacht aan het vertalen van de identiteit naar de praktijken binnen hun organisatie. Hoe maak je als organisatie in de praktijk van elke dag zichtbaar en merkbaar wat je gelooft en wie je daarom bent? Hoe geef je als teamleider, directeur of bestuurder daaraan leiding?

Waarden en normen

De kern van de identiteit bestaat uit diepliggende waarden, die geworteld zijn in een levensovertuiging. Om waarden zichtbaar te maken in de praktijk en ze te verankeren in de organisatie, is het nodig om ze te vertalen naar normen en regels. Waarden vormen de kern van de identiteit, normen en regels zijn de vertaling ervan binnen een bepaalde context. Een organisatie benoemt bijvoorbeeld als waarde dat de medewerkers zich in hun handelen laten leiden door de Bijbel. Een concrete norm die daaruit afgeleid wordt, is dan dat er met enige regelmaat een bezinnend moment ingepland wordt, zoals een weekopening of Bijbelstudie waar de medewerkers verwacht worden. Die vertaling naar normen voor gedrag is nodig omdat waarden anders vaag en zweverig kunnen blijven. Belangrijk is echter dat de achterliggende waarde niet uit het oog verdwijnt.

Voor een christelijke organisatie zijn er twee grote gevaren. Het eerste is dat de verschillen tussen medewerkers of deelnemers zo groot worden, dat de waarden niet meer centraal benoemd worden. De identiteit is dan diffuus en krachteloos en kan niet meer leidend zijn voor het handelen van de organisatie. Een tweede gevaar is dat de waarden wel gemeenschappelijk zijn en vastgelegd in beleidsdocumenten, maar niet leven in de organisatie. Dan vervalt de identiteit tot normen en regels. Wat bindt, zijn de gezamenlijke afspraken, niet de gedeelde waarden. Normen kunnen dan heel gemakkelijk als kern van de identiteit gezien en beleefd worden. Het kan ook zijn dat mensen binnen de organisatie denken dat het met de identiteit wel goed zit als alles volgens de regels verloopt. Terwijl de kern van de identiteit langzaam verdwenen is.

Delen met anderen

Binnen Driestar educatief zijn er drie ontwikkelingen waardoor we opnieuw nadenken over onze waarden en hoe we deze praktiseren. Allereerst is er de acceptatieplicht binnen het hbo. Studenten die na kennismaking en een persoonlijk toelatingsgesprek ervoor kiezen om bij ons te komen studeren, worden toegelaten, ook als zij niet of niet helemaal onze identiteit delen. Daardoor zien we bij sommige deeltijdopleidingen een gemêleerde studentenpopulatie ontstaan. Daarnaast levert Driestar educatief behalve aan de primaire doelgroep van reformatorische scholen steeds vaker aan allerlei andere scholen diensten op het gebied van onderwijsadvies.

De derde ontwikkeling is de internationalisering en het contact met christenen uit andere landen en culturen. Buiten onze grenzen ontmoeten we mensen die leven in een geheel andere context, een andere geschiedenis hebben en vaak met zeer beperkte middelen en lage salarissen hun werk moeten doen. Toch voelen we ons één van geest met hen als we hun hartelijke en diepe betrokkenheid bij de kern van het christelijke onderwijs ervaren. Datzelfde geldt als we hun heldere visie en verwoording horen van waar het in christelijke onderwijs om gaat. Zij kiezen soms heel andere normen, maar we delen onze waarden.

Door deze ontwikkelingen is de overtuiging gegroeid dat Driestar educatief er is voor de reformatorische achterban, maar dat we onze kennis en ervaringen ook willen delen met anderen. We willen goeddoen, vooral aan de huisgenoten van het geloof, maar ook aan allen. Dat betekent dat we geconfronteerd worden met een situatie waarin niet alle studenten en afnemers van onze diensten bekend zijn met onze normen en vormen. Dat noopt ons ze opnieuw te doordenken, onder woorden te brengen en de verbinding te maken met de onderliggende waarden. Daarbij kunnen we niet altijd gebruikmaken van het woordgebruik en het referentiekader van onze directe achterban. We moeten ons richten op de kern van onze identiteit en de basale waarden die daarvan deel uitmaken. Het maakt ons ook nog bewuster van de vraag hoe deze identiteit doorwerkt in ons dagelijks werk, omdat ons gedrag meer zegt over onze identiteit dan onze woorden.

 Schapenboer

De bron voor onze christelijke identiteit is het Woord van onze God. Daarvan geloven en belijden we dat het ons richtsnoer, ons kompas en onze inspiratiebron is voor alle tijden, gelegenheden en vragen. We beseffen dat Schriftstudie en een ontvankelijke houding van groot belang zijn om die bron zijn werk te laten doen. Belijdend dat we in alles van Hem afhankelijk zijn, voelen we ons verantwoordelijk om steeds te zoeken naar lijnen vanuit de Schrift voor ons denken en handelen. Daarna behoort ook de gereformeerde belijdenis tot de kern die ons de weg wijst, inspireert, opscherpt en wijsheid aanreikt. Meer en meer bewust vanuit deze kern leren denken en werken en daardoor ook meer aandacht geven aan de vertaling en doorwerking van de identiteit, zou ik willen aanduiden als “kerndenken”.

Recent hoorde ik van ChristenUnie-Kamerlid Gert-Jan Segers een prachtige illustratie van wat kerndenken is. Hij leverde een bijdrage aan een Europese conferentie waarbij ook diverse Nederlandse reformatorische scholen betrokken waren. Segers vertelde ons over een Nederlandse en een Australische schapenboer. De Nederlander perkt een stuk grasland af met palen en prikkeldraad en bestemt dit als schapenwei. De boer zorgt er vooral voor dat de omheining stevig is, zodat er geen schapen kunnen ontsnappen. De Australische schapenboer heeft geen grenzen aan zijn weiland, maar slaat een bron die stromend water geeft. Omdat een schaap water nodig heeft om in leven te blijven, zal hij altijd weer terugkomen bij die bron. Zo blijft de kudde bij elkaar, zonder omheining, vanwege de aantrekkingskracht van de bron.

Als je een christelijke organisatie ziet als een groep die binnen een bepaalde omheining moet blijven, is het de taak van de leider om de begrenzingen helder te maken en de kudde binnen die hekken te houden. In het andere beeld richt de leiding of het bestuur zich vooral op de kern, de bron. Die bron moet blijven stromen en inspireren, zodat de schapen gevoed worden en bij elkaar blijven. Grensbewaking is vooral gericht op buiten houden wat niet bij je identiteit past en wie er niet bij je doelgroep horen. Kernbewaking is gericht op doen wat bij de kern van je identiteit past en op die manier doelgroepen naar je toe trekken. Dan wordt tegelijk ook duidelijk wie zich daartoe niet voelt aangetrokken en afstand neemt of houdt.

Praktische consequenties

Nu is het werken vanuit de kern niet een volledig nieuwe weg die we zijn ingeslagen. Onze oprichter P. Kuijt en zijn collega’s en opvolgers zochten hier ook naar in de context van hun tijd. Ook zij probeerden de verbinding te leggen tussen de christelijke identiteit en de praktijk van onderwijs en leraarschap. De geschetste ontwikkelingen hebben ons echter veel meer bewust gemaakt van het belang om ons hier expliciet op te bezinnen en ons werk en denken voortdurend aan die kern te ijken. Alleen zo kunnen we ervoor zorgen dat onze identiteit er echt toe doet in onze organisatie. Dit is nodig om ons bestaan te legitimeren en om als instituut toekomst te hebben.

Deze toenemende aandacht voor de kern heeft praktische consequenties. We blijven binnen Driestar educatief nauwkeurig in ons benoemingsbeleid. We zoeken mensen die kwaliteit hebben. Maar daarnaast kijken we vooral ook of een kandidaat zich van harte verbonden weet aan de grondslag en de kernwaarden van onze identiteit en daaraan concreet gestalte weet te geven. Onze medewerkers volgen de nascholingsmodule “Brongericht werken”. Daarin lezen we bronteksten van Augustinus, Calvijn, Pascal en anderen en zoeken naar de vertaalslag naar onze werksituatie. Ook onze studenten maken kennis met zogenaamde bronteksten in de leerlijn persoonlijke ontwikkeling. Bij het doordenken van opleiding, onderwijs en vorming luisteren we naar de Bijbel, de belijdenisgeschriften en onze andere christelijke bronnen. Samen met de Theologische Universiteit in Apeldoorn investeren we in een promotiestudie over de vraag hoe een Bijbels mensbeeld zich verhoudt tot de huidige vraagstukken van onderwijs en opvoeding. De richtinggevende noties die we op het spoor komen, zijn leidraad voor de lectoraten bij de kennis die ze ontwikkelen. Ze behoren ook tot de basisbagage van elke student die bij ons afstudeert. Het is ons verlangen dat op die manier onze bijdrage aan het christelijk onderwijs echt gedragen wordt door de kern van ons geloof. We beseffen dat we dit niet in eigen kracht kunnen, dagelijks struikelen en ook in ons werk van genade moeten leren leven.

Nepal

De nadruk op kerndenken kan de suggestie wekken dat de grenzen er niet meer toe doen en dat normen en vormen onbelangrijk worden. Het tegendeel is waar. Als je met hart en ziel aan de kern verbonden bent, zal zich dat tonen in de normen en de vormen die je kiest. Integriteit, een mens uit één stuk zijn, betekent dat waarden en normen, principe en gedrag één zijn. Tegelijk leert het leven ons dat er verschillende keuzes mogelijk zijn in de vertaling van waarden naar normen. Die keuzes hangen samen met opvoeding, kerkelijke omgeving, regionale en nationale cultuur en leeftijd. Daarom kunnen en mogen er verschillen zijn. Het is winst als we elkaar hierin ruimte bieden en erkennen dat onze organisaties en contexten zo verschillend zijn dat er niet één route de enige of meest juiste is. In het gesprek daarover moeten we niet in de eerste plaats proberen te denken vanuit het verschil in normen, maar vanuit de al of niet gedeelde waarden.

Een prachtig en aansprekend voorbeeld hiervan is een instituut uit Nepal waarmee Driestar educatief contacten onderhoudt. Dit jaar nam Puspha Sunawar uit Nepal de eerste beurs uit ons Piet Kuijtfonds in ontvangst. Zij is onderwijsadviseur in het Early Childhood Education Centre (ECEC) in Kathmando. Haar ruim veertig collega’s zijn allen praktiserend christen en behoren daarmee tot een zeer kleine minderheid (1 procent) van de bevolking. Het centrum mag zich niet als christelijk presenteren. Toch vallen de medewerkers van ECEC op door hun christelijke levensinspiratie die doorwerkt in de kwaliteit en de impact van hun werk. Ze zijn herkenbaar en aantrekkelijk voor een breed publiek en helpen de overheid bij het ontwikkelen van goed onderwijs. Hoe kan dit in een hindoesamenleving? Een van de geheimen is dat ECEC veel investeert in kernbewaking. Elke dag komen de medewerkers een moment bij elkaar om de Bijbel te lezen, daarover te spreken, met elkaar te bidden en na te denken over hoe hun geloof doorwerkt in hun werk.

Wij kunnen zo’n voorbeeld niet een-op-een kopiëren naar onze situatie. We kunnen er wel van leren en ons erdoor laten inspireren. Ook wij komen voor nieuwe vragen te staan als we een kleine minderheid worden en onze omgeving steeds minder weet van christelijk geloof en christelijk onderwijs. Bij deze Nepalese christenen kunnen we zien hoe ze vanuit de kern van het christelijk geloof de eigen gemeenschap dienen en daarnaast allen die zich tot die kern voelen aangetrokken.

Richting

Ik begon met SGP-Kamerlid Van der Staaij omdat ik bij hem en zijn collega’s een zoektocht zie die ik herken binnen ons instituut. Hij probeert vanuit de kern de verbinding te houden met zijn achterban en tegelijk te zoeken naar een vertaalslag naar normen en vormen die helder, praktisch en aantrekkelijk zijn in de politieke omgeving waarin hij werkt. Ik zag ditzelfde ook gebeuren op het gemeentelijke niveau van de politiek. ”Bij de kern blijven” was het verkiezingsmotto van de regionale SGP in de Krimpenerwaard. Een motto dat, volgens de lijsttrekker, het praktische en het principiële combineert. Dat is de richting die ik voor me zie en waarin reformatorische organisaties verder kunnen denken en zich verder kunnen ontwikkelen. Zo kunnen ze hun achterban dienen en ook uitnodigend zijn voor anderen die zich aangetrokken voelen tot die kern.

 

 

Leiders in de leer bij Franciscus

franciscusLeidinggeven is lastig en kan ook een last zijn voor degenen die dit doen. Je eigen tekortkomingen kunnen in de weg zitten. Je moet jezelf kennen en je valkuilen. Leiding geven is niet alleen de anderen winnen, maar vooral ook jezelf overwinnen. Geduld beoefenen, je niet persoonlijk geraakt voelen, volhouden, jezelf onder de duim houden, onder geschikt zijn, dienen.

Leiding geven is ook lastig omdat het altijd tijdelijk is en succes niet verzekerd is. Leidinggeven is ondankbaar werk. Mensen roepen om leiderschap, maar als de leider lef toont, besluiten neemt, zaken aanpakt, ontstaat er al gauw weerstand en kritiek.

Die lastige kant van leiderschap en leidinggeven krijgt aandacht in dit boekje waarin geluisterd wordt naar Franciscus van Assisi en zijn gedachten over leiderschap en voorbeelden van zijn optreden. Franciscus was leider tegen wil en dank.  Hij zocht het niet. Heeft ook geen uitgebreid handboek nagelaten over leiderschap. Maar hij was voor-beeld-ig. Zijn vader was een rijke en ondernemende Italiaanse lakenkoopman. Franciscus koos voor de armoede, het rondtrekken en het verkondigen van het woord van God. Die stap kreeg navolging en zo werd hij leider. Hij stelde regels op voor de gemeenschap die zo ontstond. Franciscus wordt gekenmerkt door ondernemingszin, nieuwsgierigheid, vasthoudendheid, koppigheid en eigenheid. Naast zijn regels en aanwijzingen liet hij een geestelijk testament na, spreuken, brieven en gebeden en gezangen.

Jaap Lodewijks, adjunct-hoofredacteur van dagblad de Stentor, is geïnspireerd door Franciscus. Voor zijn eigen manier van leidinggeven oriënteerde hij zich op het voorbeeld en de nalatenschap van Franciscus en de verhalen die over hem bewaard gebleven zijn.

Het Franciscaanse leiderschap kenmerkt zich door het proefondervindelijke, dienstbaarheid, ondergeschikt zijn en armoede.

Het proefondervindelijke betekent: niet grote theorieën of ingewikkelde plannen, maar het doen en nagaan of en hoe het werk, is de manier waarop Franciscus leiding gaf. Veranderingen voltrekken zich gaandeweg. Wij hebben de werkelijkheid niet in onze macht, laat staan dat wij die via onze plannen kunnen vormen. We hebben hooguit een richting, een visie en gaan daarmee op pad, zoekend, onderweg beïnvloeden de dingen zich wederzijds en kom je zelden terecht waar je dacht te komen. Het leven is immers veel groter dan wijzelf kunnen bevatten.

Een leider is ondergeschikt aan zijn mensen, een ‘minister’ dat betekent letterlijk ‘dienaar’. Hierin horen we ook in de woorden van Jezus: ‘Ik ben niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen’.

En dan armoede. Het mag een leider er niet om te doen zijn rijk te worden en zeker niet om zich te verrijken ten koste van anderen. Het ging Franciscus niet om macht of status. Het ging Hem om iets anders: het verspreiden van het evangelie op zo’n manier dat het volk het begrijpt. De mindere kunnen zijn, er zijn voor anderen, luisteren, compassie tonen, dat zijn voorbeelden die Franciscus laat zien. En toch was hij geen softe figuur, waar je alle kanten mee op kon, integendeel.

Jaap Lodewijks heeft een aardig boekje geschreven. Het leest makkelijk weg, maar je moet het langzaam doen. Lees af en toe een stukje. En kauw er even op,  overdenkend, en wat je las spiegelend aan je eigen leven en leiderschap. Lodewijks geeft inkijkjes in hoe hij de ‘kernwaarden’ van Franciscus toepast in zijn beroepspraktijk.

Een rode draad door het geheel is: Leidinggeven is niet iets om je op te beroemen of je te verheffen boven anderen. Leidinggevenden zijn dienstbaar aan degenen aan wie ze leiding geven en aan de missie die ze willen realiseren.

N.a.v.  Jaap Lodewijks. Als het wassen van andermans voeten. Franciscus ontmoeten in leidinggeven en werk. Ten Have, 2011.

N.B. het boekje is nu verkrijgbaar onder de titel ‘Franciscaans leiderschap’.

Klik Jaap Lodewijks ND interview voor interview in Nederlands Dagblad.