Afdalen van de piramide

 

gabriel anthonio 1Veel (publieke) organisaties zijn bezig met een ingrijpende verandering, meer horizontaal organiseren. Het organogram van de meeste organisaties zag er tot voor kort uit als een piramide, de hoogste baas aan de top, daaronder de managementlaag, dan een laag met afdelings- of teamleiders en dan het ‘gewone volk’, die mensen die het primaire proces draaiende houden. De leraren, politieagenten, verpleegkundigen, pedagogisch medewerkers, gevangenbewaarders, maatschappelijk werkers, behandelaars. De frontsoldaten die het werk doen waarvoor de organisatie is bedoeld.

Ondertussen weten we dat deze verticale manier van organiseren,  niet (meer) tot de beste prestaties leidt en vaak ook niet tot grote tevredenheid bij medewerkers. ‘Bureaucratie, ‘red tape’ organisatie, top-down, het geld blijf bij de managers hangen’, zijn woorden die weergeven wat medewerkers ervaren. Bij extra subsidies komt het geld zelden echt aan het front, maar gaat op in overhead, projectmanagement en ondersteuning van het geheel.

Al enige tijd hebben we een professor die van dit proces studie maakt. Hij heet Gabriel Anthonio en is bijzonder hoogleraar sociologie van leiderschap, organisaties en duurzaamheid aan de Rijksuniversiteit Groningen. Op 7 juni 2016 sprak hij zijn inaugurele rede uit, Leiderschap in verandering, over afdalen van de piramide en struikelen over kiezelsteentjes.

Wat is hij aan het onderzoeken? Hij gaat op zoek naar een nieuwe balans tussen het gabriel anthonio 2klassieke, verticale sturen en horizontale oplossingen die lager in de organisatie gevonden worden. Hij richt zich vooral op publiek leiderschap, leiderschap van publieke organisaties, waarin het niet gaat om harde bedrijfsresultaten, winst en marktaandeel en de context vooral bepaald wordt door politieke, sociale en maatschappelijke ontwikkelingen.

Het klassieke leiderschap model, sturing van boven naar beneden en verantwoording van beneden naar boven, werkt steeds minder goed. Door technologische, sociale en maatschappelijke ontwikkeling is de piramide zijn langste tijd gehad en zoeken we naar nieuwe manieren van leiderschap en andere organisatievormen. Wat te doen? De hele organisatie kantelen en het management afschaffen leidt tot chaos. We moeten op zoek naar een nieuwe balans.

Anthonio heeft zelf veel ervaring opgedaan met een horizontale manier van leidinggeven in een tbs-kliniek waaraan hij leiding gaf. Horizontaal leidinggeven betekent dat je niet alles meer in de hand hebt, dat je vertrouwen moeten geven, maar ook dat onzekerheid toeneemt en er ruimte komt voor improvisatie. Medewerkers worden actievere en cliënten krijgen een rol bij de ontwikkeling van de organisatie en de vorming van het beleid.

De reden waarom hij zelf deze weg is opgegaan is dat hij heeft ervaren dat klassiek, hiërarchisch leiderschap vaak belemmerend werkt en noodzakelijke vernieuwingen eerder tegenhoudt dan bevordert. Het komt niet tegemoet aan de groeiende behoefte van medewerkers aan professionele autonomie en ruimte voor zelfsturing. Het werkt niet meer. We zijn toe aan een nieuwe oriëntatie. Hij wil daarom graag op zoek naar nieuwe vormen van leiderschap en van organiseren. Vormen waarbij het internationale aspect van leiderschap belangrijker wordt, het meer aankomt op de informele invloed van de leider en de impact daarvan op de leider zelf, de medewerkers en de maatschappelijke omgeving.

Anthonio is iemand die ik graag wil volgen, omdat hij vanuit opkomend uit de praktijk nu bezig is aan een wetenschappelijke zoektocht naar een nieuwe balans in publiek leiderschap. Veel publieke leiders herkennen dit, maar vaak weten we nog niet goed hoe het dan moet. Ik hoop dat Anthonio ons hierbij gaat helpen.

Lees ook
Leiderschap zoekt de weg omlaag. Nederlands Dagblad 24 mei 2017.

Zoek kwetsbare mensen op. Reformatorisch Dagblad 24 Mei 2017.

 

Inspiratie

We hebben allemaal zo onze inspiratie-momentjes. Althans dat hoop ik. Als ze er niet meer zijn dan gaat het niet goed. Inspiratie in je werk is toch zo iets als olie in de machine of hout voor het vuur. 

Mijn werk is afwisselend. Geen dag is hetzelfde. Ik ontmoet veel verschillende mensen. Ben bezig met veel verschillende en meestal boeiende dingen. Daardoor heb ik best vaak een inspiratiemoment. Maar soms heb je van die uitschieters. Dan word je geraakt in je diepste drijfveren. Dan weet je weer waarvoor je ’s morgens je bed uitkomt en wordt de motivatie weer vernieuwd.

Zo’n moment had ik in de voorjaarsvakantie in Budapest. Ik was daar op een schoolleidersconferentie van de ACSI, Association Christian Schools International. Schoolleiders uit veel Europese en andere landen waren er van woensdag tot zaterdag bij elkaar om te luisteren naar verhalen, ervaringen te delen, aan elkaar te vertellen over de totstandkoming van hun christelijke school, te bidden en te zingen. Zo’n 180 mensen uit 24 verschillende landen. De voertaal was Engels, maar er werd steeds simultaan in vijf talen vertaald. En tussen de verhalen door werd er genetwerkt. Mensen konden een tafel inrichten om daarop iets van de eigen school te laten zien en contacten te maken om bijvoorbeeld afspraken te maken over het uitwisselen van leerlingen.

Je ontdekt dat er veel meer christelijke scholen zijn dan je dacht en ook in landen waar je dit niet verwacht. Er waren twee Palestijnen die een christelijke school runnen vlak bij Bethlehem. De school wordt bezocht door christelijke en moslimkinderen. Een school die deels in zijn eigen onderhoud voorziet door in de avonduren en op zaterdag het sportveld te verhuren aan sportclubs en een kippenfarm te exploiteren waar de opbrengst van de verkoop van de eieren voor de school bestemd is.

Indrukwekkend was ook het verhaal van de mensen uit Pakistan. Een christelijke school in een streng islamitisch land. De directeur liet een islamitische kindercatechismus zien, die dagelijkse kost is voor de kinderen op de staatscholen, ook voor vierjarigen. Hoe verwarrend voor christelijke kinderen, zo zei hij, dat je thuis hoort dat God ons geschapen heeft en Jezus Zijn Zoon is en op school elke dag moet opdreunen dat Allah God is en dat Mohamed Zijn profeet is.

Door deze verhalen en gesprekken kom je weer terug bij de kern van christelijk onderwijs: kinderen in aanraking brengen met het Evangelie. Hoor je weer hoe belangrijk een christelijke opvoeding en een christelijke school is voor christenen die in seculiere omgeving wonen, waar ze als christen een zeer kleine minderheid zijn. En vooral kom ik onder de indruk van de toewijding van deze mensen, de trots en de dankbaarheid waarmee ze spreken over hun eigen school(tje). Vooral als mensen vertellen hoeveel ze ervoor over moeten hebben: vaak een heel laag salaris, een goede baan of positie ervoor opgeven, en een beroep uitoefenen met een lage sociale status.

Van elke land een deelnemer op het podium

Van elk land een deelnemer op het podium

 

 

 

 

 

 

 

 

Dit alles raakt mijn hart en voedt mijn motivatie om voor christelijke scholen in andere landen iets te betekenen en te uit te delen van onze zegeningen met zoveel jaar vrijheid van onderwijs, een eigen opleidingsinstituut, ervaring in en kennis van christelijke onderwijs. Omdat ik op zo’n conferentie de hele dag actief ben in luisteren, gesprekken voeren en ervaringen delen, ben ik moe aan het eind van de week. Maar het vuurtje is ook weer aangestoken; ik heb iets ervaren en geproefd van Gods werk in deze wereld, niet in het minst door eenvoudige, toegewijde leraren die kinderen elke dag goed christelijk onderwijs proberen te geven.