Leren dat een beetje lummelen best mag

Ad Ermstrang

Foto’s Sjaak Verboom

Interview in serie zomergesprek ‘Op doorreis’

Hij is de man die nietsdoen lastig vindt. Door corona en lichamelijke klachten ontdekte Rens Rottier (63) echter opnieuw het belang van reflectie. De bestuurder van Driestar educatief zoekt weer inspiratiebronnen. „Maar ook even op de bank liggen heeft waarde. ”Dit voorjaar moet de onderwijsman door lichamelijke klachten een kleine vier weken zijn werk neerleggen. „Daar sta je dan. Alles raast door, maar ik word stilgezet”, zo deelt hij zijn ervaringen in een blog. „Ik kom tot reflectie: de lichamelijke hapering staat niet los van mijn manier van leven. Mijn leven is te vol geworden, inspiratie lekt weg en ik ben moe. ”Het is niet het enige, zo blijkt tijdens een gesprek aan de oever van de Reeuwijkse Plassen. „Meer dan een jaar corona slurpte energie. Ik ben iemand die met mensen werkt en met hen plannen maakt. Hele dagen achter het scherm hebben me uitgeput.” Het zette hem aan het denken. „Waar zijn mijn ideeën gebleven over hoe je moet werken en leven? Hoe kun je je ziel levend houden? Waardoor ben ik van het pad afgeraakt?” Hij is inmiddels lichamelijk weer aardig opgeknapt, maar dat is niet voldoende. „Een goede vriend, die zelf een burn-out meemaakte, gaf me een goede raad: Je moet niet de oude worden. Dat heb ik goed in mijn oren geknoopt. Ik beperk m’n uren nu tot werktijd. Naast het werk zijn er m’n gezin, relaties, de kerk en andere belangrijke zaken. Ik was de balans kwijtgeraakt. In die zin ben ik dankbaar dat ik ben stilgezet.”

1 Waarom zijn we hier?

„De omgeving van de Reeuwijkse Plassen is al vele jaren een belangrijke plek voor me. Niet alleen omdat het water voor een Zeeuw blijft trekken. Ik ben hier de afgelopen tijd meer en rustiger gaan wandelen. Voorheen was ik dan vaak in mijn hoofd bezig met het voorbereiden van een vergadering. Nu kijk ik beter naar wat ik tegenkom en sta daarbij stil. Bij het fluiten van de vogels, de prachtige luchten en de natuur.Ik kom hier vaak, maar wandel ook veel rond mijn dorp en ben er steeds meer van overtuigd geraakt dat contact met groen en water een heilzame uitwerking heeft op een mens. De Schepper heeft ons de natuur gegeven. M’n veerkracht neemt erdoor toe en het geeft een vloertje van rust onder een drukke dag. Het gaat soms ook gepaard met meditatie. ’s Ochtends vroeg kan ik dan wandelend bidden of biddend wandelen en de Heere m’n problemen en noden voorleggen.Deze plek is in meer opzichten van betekenis. Toen ik nog een hond had –binnenkort komt er een nieuwe– ging ik iedere zaterdagochtend met hem hiernaartoe. Ook met vrienden maak ik in deze omgeving wandelingen.Eén keer per twee maanden doe ik een zogenaamde plassenloop met mijn bestuurscollega Robert Zoutendijk. We kijken terug op wat er niet goed ging, blikken vooruit en praten ook over ons persoonlijk leven, gezin en kerk. Mede daardoor zijn we een hecht team geworden.Ik gebruik deze plek verder voor moeilijke gesprekken met teamleden. Al wandelend zijn hier al de nodige problemen opgelost.En met mijn vrouw, Cora, ga ik hier graag fietsen. Op zomerdagen gaan we vaak in alle vroegte naar de plassen. Zij houdt van zwemmen, ik ga een rondje hardlopen.”

2 Wat is de missie van uw leven?

„Als organisatie moet je een doel voor ogen hebben. Die opvatting deel ik met Stephan Covey. Zijn boek ”De zeven eigenschappen van effectief leiderschap” heeft me altijd vergezeld. Hij stimuleert je om na te denken over je persoonlijke doelen.Voor mijn persoonlijke missie hanteer ik vier i’s. Die van identiteit is de belangrijkste. Voor alles gaat het om een persoonlijke relatie met de Heere. Dat is de kern van ons bestaan. Dat uit zich niet in een document. Het betekent Bijbellezen, bidden, bezoeken van de eredienst en het spreken over God en over Zijn dienst met anderen. Ik maak altijd tijd voor identiteit in mijn agenda, in het eerste uur van de dag. Tweede is inspiratie. Het is prachtig als je anderen kunt inspireren en als anderen dat jou doen. Dat stond in het coronajaar onder druk. En als je zelf niet geïnspireerd wordt, kun je anderen ook niet inspireren. Derde is inhoud. Ik ben niet van de fun en ga graag voor inhoud en resultaat. Ik ben iemand voor wie een vergadering resultaat moet hebben en die nietsdoen lastig vindt. Het zit in mijn aard en ik weet dat ik daarin soms te serieus ben. Ik zie nu ook wel de andere waarden. Zeker de afgelopen tijd ben ik daarbij stilgezet. Je mag ook zonder direct doel een poosje op de bank liggen, wat lummelen of ‘zomaar’ relaties onderhouden.De laatste i is van impact. Leiderschap is voor mij verantwoordelijkheid nemen om een bijdrage te leveren. In het onderwijs is dat werken in Gods Koninkrijk. Het is best moeilijk om dat te meten. Aantallen studenten en hun tevredenheid leveren niet meer dan kale cijfers op. Het gaat om hun vormingsproces. Ze moeten geraakt worden. Niet voor niets hebben we op school de slogan ”To teach is to touch a heart” hangen. Ik sprak eens een voormalige student die aangaf dat een opmerking van mij zijn leven had veranderd. Meestal weet je daar niets van en dat is maar goed ook. Het zou je hoogmoedig kunnen maken. Een rode lijn door mijn leven is ontwikkeling. Dat geldt voor mezelf en voor anderen. Ik werk graag met mensen en met jongeren aan hun persoonlijke ontwikkeling. Dat is ook wat we proberen te doen in de zomerschool. De keerzijde is dat ik het lastig vind als mensen of teams niet ontwikkelingsgericht zijn. Dat kan een valkuil zijn, want mensen hebben hun persoonlijke talenten gekregen en niet iedereen hoeft altijd voorop te lopen. Persoonlijk vind ik wel het onderwijs een sector die tamelijk behoudend is. We moeten zuinig zijn op wezenlijke aspecten van het onderwijs. Tegelijk vind ik dat we moeten acteren op de sterk en snel veranderende omgeving. Jongeren staan heel anders in de wereld. Daar moeten we op inspelen en dit is een belangrijke uitdaging voor het reformatorisch onderwijs. Veranderen om dezelfde te blijven. Om het reformatorisch onderwijs te behouden, moeten we kwaliteit leveren en bij de tijd blijven.”

3 Wat doet u als u niet werkt?

„Ik lees veel. Uit mijn eigen verzameling en van de bibliotheek. We besteden veel tijd aan de kinderen en kleinkinderen. Afgelopen zaterdag hebben we nog met twee van hen het Gouds Museum bezocht. Daar is een activiteit speciaal voor kinderen. We genieten van dat soort dingen. Mijn vrouw zingt graag en ik speel orgel en piano. Samen bezoeken we concerten. Met vrienden maken we uitstapjes, gaan we wandelen of een hapje eten.Zowel in mijn vorige woonplaats Kapelle als nu hier in Bodegraven was ik geruime tijd ambtsdrager. Ik doe al drie jaar de belijdeniscatechisatie. Aan de hand van de twaalf artikelen van het geloof vullen we het seizoen in. Het is prachtig werk. De belijdenisdienst waarin een groep jonge mensen hun jawoord geven aan de Heere en Zijn dienst kan me echt ontroeren. Het geeft aan dat God doorgaat met Zijn werk.”

4 Wat vindt u belangrijk in uw vakantie?

„Rust, natuur en cultuur. En we nemen een kist met boeken mee. We hechten eraan in onze vakantieomgeving naar de kerk te gaan. Tot op heden is dat, ook in het buitenland, altijd gelukt. Dat zijn echte hoogtepuntjes. Zo moet ik denken aan een ontmoeting met een aardrijkskundeleraar in Wales, met wie we meegegaan zijn naar zijn huis.In Spanje hebben we eens een soort huisgemeente bezocht. Vijftien mensen, de leiding was in handen van een Amerikaans echtpaar. Zij staan sindsdien op onze gebedslijst. Ook in Frankrijk maakten we iets soortgelijks mee. Een groot gebouw met maar een tiental mensen. Na de dienst werden we direct op de koffie gevraagd.Deze zomer blijven we vooral thuis en gaan we alleen een paar dagen naar Zeeland. Mogelijk trekken we er dit najaar nog opuit.”5 Welke muziek kan u bekoren?„Ik luister bij voorkeur naar klassieke geestelijke muziek. Johann Sebastian Bach, Heinrich Schütz, maar ook wat moderner, zoals Arvo Pärt. Via Spotify beluisteren we iedere avond een andere psalm. Die lezen we ook. In combinatie met het avondgebed van Luther vormt dat onze dagsluiting.”

6 Welk boek ligt er momenteel op uw nachtkastje?

„Eerlijk gezegd geen enkel. Alleen een e-reader, maar die gebruik ik hoogstzelden. Ik lees graag non-fictie met culturele of historische thema’s. Zoals boeken van Geert Mak. Verder verslijt ik veel werken die gaan over leiderschap, en ook biografieën. De vorig jaar overleden Britse rabbijn Jonathan Sacks heeft vanuit de optiek van leiderschap prachtig geschreven over het Bijbelboek Exodus. Leiderschap is verantwoordelijkheid nemen. Sacks wijst erop dat iedereen leiderschap moet tonen, ongeacht zijn of haar positie. Als verschillende vrouwen –zoals zijn moeder, zijn zus, de vroedvrouwen en de dochter van de farao– geen leider-schap hadden getoond, was het nooit zo gegaan met Mozes.In mijn boekenkast vind je verder werken van de Amerikaanse predikant Tim Keller en filosoof Wil Derkse. De laatste beschrijft leefregels voor beginners aan de hand van lessen van de monnik Benedictus. Die houdt ons voor dat we er zijn ten dienste van de gemeenschap. Soms dien je op te treden en orde en regelmaat zijn een voorwaarde. Lezen blijft voor mij een enorme bron van inspiratie, zeker de Bijbel. Je moet er de tijd voor nemen. Lucht in de banden houden, noemt Derkse dat.”

7 Terugkijkend op de voorbije jaren: wat was een diepte- en wat een hoogtepunt?

„Een hoogtepunt was zeker m’n trouwdag. Maar andere hoogtepunten waren er ook: hoogtijdagen in de familie, zoals de geboortedagen van de kinderen en de kleinkinderen, doop- en belijdenisdiensten. Het gezin overstijgt het werk. Wat een dieptepunt in m’n leven was?” De spraakwaterval valt even stil. Hij hoeft niet echt lang na te denken over een diepingrijpende gebeurtenis, maar zoekt naar de juiste woorden. „Mijn vader is op 48-jarige leeftijd overleden. Ik was toen 15 jaar. Het gebeurde op een dramatische wijze, in de polder bij Borssele. Vader was hartpatiënt, hij had drie jaar eerder een infarct gehad en mocht nog maar voor 50 procent werken. In zijn vrije tijd maakte hij onder meer foto’s van de opbouw van een nieuw industriegebied bij het dorp. Het was zaterdag en hij was op een tank van een raffinaderij van Total geklommen voor het maken van een overzichtsfoto. Hij moet daar een hartaanval hebben gekregen. Niemand wist waar hij gebleven was. Tijdens een zoekactie werd aanvankelijk alleen zijn auto aangetroffen. Pas op zondagochtend is hij gevonden. Dat raak je niet meer kwijt zonder dat je de impact op dat moment beseft. Het komt later op allerlei momenten terug. Bij een trouw- of doopdienst bijvoorbeeld. Ik wil er wel aan toevoegen dat ik er een heel goede schoonvader voor heb teruggekregen. Dat heeft het gemis niet uitgewist, maar wel een beetje gecompenseerd. Hij heeft me leren spreken over de Heere en Zijn dienst. Dat was toen op het dorp niet vanzelfsprekend. Hij was voor mij een rolmodel en ging ons voor in de omgang met Jan en alleman. M’n schoonvader was kruidenier en wist iedereen in zijn waarde te laten, ook minderbedeelden. Als iemand niet of moeilijk kon betalen werd het verrekenen uitgesteld en werden soms zelfs de schulden kwijtgescholden.” Rottier zwijgt even en vervolgt: „Er is over mijn eigen vader nog meer te vertellen. Hij had een moeilijke jeugd gehad. Ook zijn vader, mijn opa, overleed plotseling. Eveneens toen hij 48 jaar was. Zijn vrouw, mijn oma dus, liet in de jaren daarna haar zeven kinderen letterlijk in de steek voor een relatie met een Amsterdammer. De kinderen werden achtergelaten en moesten elders worden ondergebracht. Vader heeft daar nooit iets over gezegd. Ik heb wat onderdelen van die geschiedenis via ooms en tantes bij elkaar gesprokkeld. Ik heb natuurlijk de nodige vragen over zijn leven en zijn jeugd.”

8 Met welke persoon uit heden of verleden zou u weleens (hebben) willen praten?

„Uit m’n woorden blijkt dat er één is die eruit springt: dat is mijn vader. Hij is, samen met een broer, tijdens de Tweede Wereldoorlog oorlog een tijd in Duitsland geweest. Daar zweeg hij ook over. Wat zou ik het graag allemaal eens willen horen.”

9 Welke Bijbeltekst betekent veel voor u?

„Dat is een moeilijke vraag. Er zijn verschillende teksten voor mij betekenisvol geworden. In de eerste plaats denk ik aan mijn belijdenistekst. In die dienst deed ook mijn toekomstige vrouw belijdenis. Het was in de gereformeerde gemeente van Borssele niet de gewoonte een tekst aan belijdeniscatechisanten mee te geven, maar ds. A. Bac uit Oostkapelle doorbrak dat. Het was op Goede Vrijdag, in de middagdienst. Psalm 27:1: „De Heere is mijn Licht en mijn Heil, voor wie zou ik vrezen? De Heere is mijns levens kracht, voor wie zou ik vervaard zijn?” Ik ben van mezelf niet zo’n held. Dit woord heeft me vergezeld en het kwam steeds in mijn gedachten tijdens moeilijke momenten. Een tweede tekst die heel erg binnenkwam, staat in Psalm 51. In de versie van de Herziene Statenvertaling: „Geef mij de vreugde over Uw heil terug, ondersteun mij met een geest van vrijmoedigheid.” Als ik leeg of moe was, gaf me dat de kracht de Heere om bezieling te vragen. Een zekere doorbraak in mijn geestelijk leven kreeg ik door een preek van ds. L. Huisman, ik was toen tweede helft twintig. Hij preekte over 1 Johannes 1:9: „Als wij onze zonden belijden: Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.” Hij benadrukte dat de Heere trouw is aan Zijn beloften en zo rechtvaardig, dat Hij de zonde niet tweemaal straft. Christus heeft de straf op de zonde weggedragen en daarom is er voor een zondaar verlossing mogelijk. Daarin mocht ik iets van de diepte van het werk van Christus ervaren. Ik houd van een gulle en hartelijke Christusprediking.”

10 Hoe kijkt u naar de toekomst?

„Die kan me aanvliegen, zeker als ik denk aan mijn kinderen en kleinkinderen. Ik zie misschien de schaduwzijden, maar je moet wel een rasoptimist zijn om vol te houden dat het in de wereld goed gaat. De uitputting van de aarde, veroorzaakt door de mens, is gigantisch. In de westerse samenleving is veel aan de hand. Je ziet dat bij het optreden van onze regering. Het is alsof er steeds weer zand in de machinerie wordt gestrooid. De tolerantie ten opzichte van christenen neemt af. Je wordt voor de rechter gedaagd voor zaken die vijftig jaar geleden nog heel gewoon waren. Aan de fundamenten van de onderwijsvrijheid wordt geknabbeld. Maar ook andere christelijke organisaties hebben met die strijd te maken. De boze krijgt veel macht. D-day is nog geen V-day, wordt er weleens gezegd. Tussen die twee dagen bevinden wij ons. Dat verandert alleen als God eraan te pas komt. Dat zal gebeuren. In die zin ben ik niet somber.”

rd.nl/zomergesprek

Drs. L. N. (Rens) Rottier (1958) is geboren en getogen in Borssele, aan de oevers van de Westerschelde. Al op de ds. G. H. Kerstenschool ontstaat zijn belangstelling voor het onderwijs. Na de mavo volgt hij het christelijk lyceum en aansluitend de Pedagogische Academie in Middelburg. Zijn jeugd wordt overschaduwd door het vroegtijdige overlijden van zijn vader op 48-jarige leeftijd. Rottier wordt onderwijzer in Sint-Annaland en combineert die baan met een studie onderwijskunde en orthopedagogiek, eerst MO-A en -B en daarna het doctoraal aan de Universiteit Leiden. Hij is achtereenvolgens schoolbegeleider bij de BGS en directeur van de school voor speciaal onderwijs in Kapelle-Biezelinge. In 1998 wordt hij benoemd in de directie van christelijke hogeschool de Driestar. Nu is hij voorzitter van het college van bestuur van Driestar educatief, de organisatie die ontstond na fusie van de BGS en de Driestar. Rottier is ook lid van het bestuur van NET Foundation. Hij is gehuwd, vader van vijf kinderen en opa van tien kleinkinderen. Rottier woont in Bodegraven. Hij is aangesloten bij de plaatselijke gereformeerde gemeente. Hij was jarenlang ouderling en geeft in de vacante gemeente belijdeniscatechisatie. Via Spotify beluisteren mijn vrouw en ik iedere avond een andere psalm. Wat zou ik graag nog eens met m’n vader over zijn jeugd willen spreken