Morele moed en de pedagogische taak van schoolleiders

2010_Morele_moedBij mijn voorbereiding van de gastcolleges over Moreel Leiderschap in de Master Educational Leadership van Penta Nova, komende maanden, vond ik een aardig onderzoek naar de morele moed van de schoolleider.    

Het onderzoek is al een paar jaar oud, maar laat een ontwikkeling zien die daarna nog belangrijker is geworden. De ontwikkeling van de schoolleider naar een pedagogische en morele leider. 

In dit onderzoek verkennen de auteurs eerst de literatuur, interviewen 12 schoolleiders om de theoretische inzichten te toetsen en trekken dan een aantal boeiende conclusies. 

Binnen een school moet er vooral geleerd worden. Maar of dit succesvol verloopt is mede afhankelijk van de pedagogische context die een school biedt. Scholen raken ook meer gericht op de pedagogische opdracht die ze hebben of toegedicht worden. Dit vraagt van de schoolleider dat hij oog heeft voor en aandacht geeft aan het pedagogisch klimaat, waarden en normen, orde en veiligheid, sociale verhoudingen en communicatie binnen de school. Deze aspecten doen een beroep op pedagogisch leiderschap. Naast het bedrijfsmatig leiderschap en het onderwijskundig leiderschap, zien we het pedagogisch leiderschap dan ook belangrijker worden in de taak van de schoolleider. Waarbij managementtaken en een goede organisatiestructuur voorwaardelijk zijn voor het pedagogisch schoolbeleid en er dus ook echt toe doen.  

De school is een gemeenschap, een morele en pedagogische gemeenschap. Een gemeenschap gaat uit van gedeelde waarden, ideeën en idealen, waar niet alleen de schoolleider, maar alle betrokkenen binnen de school zich aan moeten verbinden. Schoolleiders moeten werken aan de vorming van een gemeenschap door het hebben van een heldere visie, creëren van integraal management, bevorderen van intervisie, interesse en betrokkenheid te tonen, bevorderen van goede communicatie. 

Schoolleiders en leraren en leerlingen zijn samen verantwoordelijk voor de invulling van de pedagogische opdracht van de school. Op alle ‘lagen’ moeten de waarden doorwerken. Hoe de leider omgaat met de leraren, verschilt in de aard niet van hoe leraren met hun leerlingen hebben om te gaan.  

Een schoolleider zal zich moeten richten op de gedeelde waarden. Dit betekent dat de schoolleider zijn verantwoordelijkheid moet nemen om de voorgestane waarden gezamenlijk te formuleren en het gedrag wat daarbij past. Hij moet zijn mensen ook durven aanspreken als hun gedrag niet met de geformuleerde waarden overeenstemt.

De beste samenvatting van wat de pedagogische taak van de schoolleider vraagt is morele moed. Morele moed is wat de schoolleider nodig heeft om goed leiding te kunnen geven. Morele moed uit zich in integriteit (geen misbruik van je positie maken), authenticiteit (doen wat je zegt) en geloofwaardigheid (zelf het goede voorbeeld geven).

Om morele moed te tonen is het nodig dat de schoolleider zicht heeft op zijn eigen waarden, die een mix zijn van persoonlijke, levensbeschouwelijke en professionele waarden. Die bepalen immers mede zijn eigen denken en handelen.

Verder is lef en volharding nodig. Lef, durf om mensen aan te spreken. Daarmee maakt de leider zich kwetsbaar, het kan leiden tot dilemma’s en het is gewoon niet ieder naar de zin te maken. Volharding uit zich in het hebben van een goede visie, die uitgewerkt is in doelen op korte en langere termijn en het voortdurend sturen van de ontwikkelingen op basis van die visie. Afwijzen van wat niet bij de visie past. 

Conclusie: Het tonen van morele moed is van doorslaggevend belang voor de successen van de school. __________________________________________________________________________________

Klaassen, C., Van den Broek, A. (2009). Morele moed en de pedagogische taak van schoolleiders. Nijmegen, Radboud universiteit.

Waarom Wim Pijbes de Nederlander van het jaar 2013 is.

images[5] Elsevier verkiest sinds 2004 elk jaar een Nederlander van het jaar. Afgekeken van Time, die al vanaf 1927 iemand tot ‘Person of the Year’ uitroept. Dit jaar koos Elsevier Wim Pijbes, hoofdirecteur van het Rijksmuseum. Een van mijn interesses is te begrijpen wat iemand tot een goede leider maakt. Je verdiepen in opvallende leiders helpt daarbij. Nu dus Wim Pijbes.

De hele wereld roemt over het vernieuwde Rijksmuseum, dat dit jaar open ging. Na mijn bezoek deze zomer, met een paar collega’s uit onze vakgroep beeldend vormen, begrijp ik dat. Het is echt een geweldig museum. Een van de genoemde collega’s weet veel van het Rijks en wees ons op allerlei details, geniale vondsten, keuze in manier van tentoonstellen en andere dingen die ik als leek niet zou hebben gezien. Ondertussen weet ik dat hier de hand van de leider van het museum achter zit: Wim Pijbes. Zijn werkzame leven tot nu toe (hij is nu 52) werkte hij in de kunstsector. Sinds 2008 in het Rijksmuseum.

De biografie van leiders werpt vaak een bepaald licht op het feit dat ze leider werden en de manier waarop ze dat deden. Dat geldt ook voor deze leider. Wim is de oudste uit een gezin van drie, een ondernemersgezin. Ouders runden een zaak in luxe delicatessen en Wim deed daar ervaringen op en droeg zijn steentje bij. Daar leerde hij hoe belangrijk de presentatie is, het uiterlijk en hoe belangrijk klanttevredenheid is en dat je discipline moet opbrengen, het moet goed en het moet netjes. Dit is de basis van zijn ontwikkeling. Die wordt tijdens zijn studie Kunstgeschiedenis aangevuld met kennis. En hij doet ervaringen op in de theaterwereld (ook daar gaat het om presentatie), het organiseren van tentoonstellingen en werken in andere musea. Ideale bodem om uit te groeien tot de directeur van een museum dat wereldwijd bewierookt wordt.

Als leider heeft hij dus verstand van de inhoud, hij is innerlijke betrokken, zijn hart ligt bij de kunst. Hij is erg gedreven om iets beter te maken, het niveau omhoog te brengen. Hij is ondernemer. Hij vraagt zich altijd af: Hoe kan het beter, hoe kunnen we meer publiek trekken, hoe kunnen we iets unieks doen. Hij is creatief, communicatief en heeft gevoel voor PR en weet vaak de media te halen. Als leider is hij inspirerend, direct, maar met behoud van relatie. Hij heeft visie en denkt niet in problemen maar in oplossingen. Hij heeft een enorm doorzettingsvermogen. Is zeer gedreven en bemoeit zich als het nodig is met de details en controleert ook of het wordt uitgevoerd zoals hij wil. Hij is vooral een persoonlijkheid.

Hij denkt anders dan de meeste collega’s, durft zaken ter discussie te stellen. Zijn missie: het Rijks moest van iedereen, voor iedereen worden. Die visie werkte hij uit tot in de details: een grote ontvangsthal waar het publiek zich welkom voelt, toegankelijke zaalteksten, chronologische tentoonstelling.

Wim Pijbes is een combinatie van gedrevenheid, vakinhoudelijke bevlogenheid, persoonlijk leiderschap, visie en ondernemingszin.

Het resultaat? Al 2 miljoen bezoekers dit jaar, lovende recensies en een enorme stimulans voor Amsterdam in het algemeen en de kunstsector in het bijzonder.

Bron: EW, 14 december 2013.