Leiderschap vraagt karakter

Goede leiders zijn niet op zichzelf gericht, maar zoeken de groei en bloei van de gemeenschap. Ze nemen besluiten op grond van morele waarden, spiegelen zich aan de Bijbel en bidden om wijsheid, betoogt Rens Rottier.

Dat wij in een tijdperk van verandering leven, is een open deur. Grote geesten steken dieper af en zeggen dat we in een verandering van tijdperk leven. Op veel fronten ervaren we kantelingen, met grote gevolgen voor onze samenleving. Ingewikkelde vraagstukken komen op ons af. Eenvoudige oplossingen zijn niet voorhanden. Er is behoefte aan leiderschap. Aan leiders die, onafhankelijk van heersende meningen en van wat populair is, de echte vragen durven stellen. Die de verantwoordelijkheid nemen om nieuwe wegen te zoeken of oude paden te herstellen.

Voor christenen die leidinggeven in het bedrijfsleven, de politiek of de maatschappij ligt hier een uitdaging. In dit essay ga ik na welk leiderschap er nodig is en wat we vanuit onze christelijke traditie daaraan kunnen bijdragen.

Onbehagen

Op globaal en lokaal niveau in onze samenleving (in organisaties, bedrijven en gezinnen) hebben de veranderingen grote impact. Ze vragen om leiderschap. Onze welvaart en het daarbij passende vooruitgangsgeloof naderen hun grenzen. We verliezen het vertrouwen in de politiek en de instituties. Het maatschappelijk onbehagen groeit. We kunnen niet meer vertrouwen op informatie die via media tot ons komt. We ervaren onze kwetsbaarheid en raken verstrikt in complexe vraagstukken die onoplosbaar lijken.

Een voorbeeld van zo’n complex vraagstuk is ons op maximale productie gerichte landbouwsysteem. Een paradepaardje van de Nederlandse economie. Het is perfect georganiseerd. Door de inzet van veel kennis en techniek hebben we de processen in eigen hand en halen we alles eruit wat erin zit. Helaas ervaren we steeds meer de schaduwzijden van deze ontwikkeling. Het uitsterven van bijen en andere insecten, met ingrijpende gevolgen op langere termijn, toont een van die donkere kanten. En stelt boeren, natuurbeheerders en politici voor een ingewikkeld, schier onoplosbaar vraagstuk.

Onze samenleving kent veel van dit soort vraagstukken. Politici, beleidsmakers en ondernemers bijten hun tanden erop stuk. Een diversiteit aan meningen en mogelijke oplossingen komt via de media naar ons toe. En steeds meer komt de prangende vraag in ons op: wie zal hier leidinggeven en de goede richting wijzen?

Management dat de dingen goed doet, organiseert, uitlijnt en projectmatig aanstuurt, schiet hier tekort. Dit type vraagstukken is niet op te lossen door de dingen nog efficiënter te doen. We hebben mensen nodig die de vraag stellen of we de góéde dingen doen. Leiders die de verschillende belangen weten te overstijgen, over hun eigen schaduw heen durven springen, zoeken naar ”win-win”, over de grenzen van de sectoren het gesprek aangaan, nieuwe inzichten ontwikkelen. Leiderschap dat fundamentele vragen durft te stellen bij het systeem en een beweging op gang weet te brengen om dit te veranderen. In deze ingewikkelde tijd hebben we een overvloed aan managers, maar een gebrek aan leiderschap.

Richting en visie

Door klimaatveranderingen smelten ijsbergen. Ook de managementpiramide heeft haar langste tijd gehad. Top-down leiderschap is voorbij. Organisaties verplatten. Zelforganisatie en zelfsturing zijn de nieuwe trend.

Hiermee lost de vraag naar leiderschap zich echter niet op. Veranderingen in structuren brengen ons zelden tot nieuwe inzichten. Ze werken even, maar al snel ervaren we de nadelen ervan.

Omgekeerd werkt het wel: nieuwe inzichten leiden vaak tot aanpassingen van de structuren. Daarvoor is echter leiderschap nodig. Leiders die richting wijzen, visie hebben, kunnen en durven denken vanuit een nieuw paradigma.

We beseffen allemaal dat er goed leiderschap nodig is om een land te besturen, een school of ziekenhuis te leiden of een onderneming te starten en tot een succes te maken. Maar wat is goed leiderschap?

Op zoek naar een antwoord op deze vraag heeft men bibliotheken vol managementboeken geschreven. Het wemelt ook van businessschools met MBA-opleidingen in allerlei soorten en maten. En er is een scala aan leiderschapstrainingen. Toch zou ik het antwoord op de vraag naar goed leiderschap niet daarvan willen verwachten. Veel van die opleidingen zijn vooral economisch gedreven en ingebed in de sociale en economische wetenschap. Ik leg mijn oor liever te luister bij geesteswetenschappen, zoals theologie, filosofie, ethiek en cultuurwetenschap. Daar krijgen we antwoorden op vragen als: Waartoe zijn wij op aarde? Wat is de zin en betekenis van leiderschap? Wat is de menselijke waarde ervan? Hoe werkt leiderschap? Wat is goed leiderschap?

Integriteit

”Zonder moraal gaat het niet” is de titel van een rede die Joris Luyendijk in 2016 hield en waarin hij onder woorden brengt wat hij als journalist van de bankencrisis leerde. Die titel is de kortst mogelijke samenvatting, niet alleen van de bankencrisis, maar ook van wat er in onze samenleving aan leiderschap nodig is. Leiderschap gaat over moraal, over wat goed is voor organisaties en voor de samenleving, voor burgers, leerlingen en patiënten. Leiderschap gaat over onderliggende waarden die laten zien wat ertoe doet, wat we echt van belang vinden en waar we naar streven. Waarden die richting geven aan ons handelen.

Het fundament van leiderschap is karakter. Daarmee bedoel ik niet de eigenschappen waarmee je geboren wordt en die je deels in de genen meekrijgt. Karakter is wie je bent, waar je voor gaat en waar je voor staat. Niet charisma en organisatietalent maken iemand tot een leider met impact, maar de persoon die hij is. Veel onderzoekers speuren naar het geheim van goed leiderschap. Rijen kenmerken vinden we in hun artikelen en boeken. Ze zijn bijna allemaal terug te brengen tot één noemer: de persoon van de leider.

Bij goed leiderschap gaat het om karakter, deugden, ethiek en moraal. Woorden die daarbij passen zijn: integer, verantwoordelijk, onbaatzuchtig, compassie, moedig. Leiderschap vraagt karakter. Het is dat wat je bent als niemand je ziet. Je gedraagt je zo omdat je zo bent en zo wilt zijn. Anderen noemen dit innerlijke integriteit. Het vermogen om in een bepaalde context het goede te doen. Niet omdat het moet, maar omdat je het wilt.

Radar of kompas

In veranderende tijden kunnen leiders niet op de automatische piloot varen. Als oude werkwijzen niet meer voldoen, moet je op zoek gaan naar nieuwe. Dat vraagt om visie, richtingsbesef en moed. Durf een nieuwe koers te kiezen. Die koers kun je bepalen via de radar of via het kompas.

Een radar zendt signalen uit die terugkaatsen als er iets in de weg zit. Op het radarscherm doemt op wat dicht in de buurt komt en om reactie vraagt. Koersen via de radar werkt van buiten naar binnen. De signalen die van buiten komen, bepalen je vaarroute. Veel mensen gaan zo door het leven. Ze laten zich leiden door wat er van buiten op hen afkomt. Mode, trends, nieuwe technieken, gebeurtenissen, storingen. De sociale media zijn zo geprogrammeerd dat ze ons vaak willen onderbreken. Hoe vaak laten we dit ook daadwerkelijk gebeuren? Gaan we al websurfend door het leven? Gaan we zonder bepaald doel van het een naar het ander, getrokken door wat zich aandient, aandacht trekt of in het nieuws is?

Leidinggeven via de radar werkt van buiten naar binnen. Dan reageer je steeds op wat er op je afkomt. Je volgt de hypes, laat je leiden door wat anderen van je vinden. Dat zorgt voor een onrustig bestaan. Je vaart een zigzagkoers en weet niet goed waar je naartoe wilt.

Varen op een kompas werkt anders. Je gebruikt een kompas om de juiste richting te vinden. Het is geen routeplanner die precies zegt wanneer je moet afslaan. Een kompas geeft de richting aan. In de praktijk neem je elke keer je besluiten met die richting voor ogen. Je gaat ergens naartoe. Je hebt een doel voor ogen. En je maakt die keuzen die het doel dichterbij brengen. Varen op het kompas is niet reactief, niet risicomijdend, maar proactief en doelgericht. Je bent op weg en je negeert wat je van dat pad af zou brengen.

Varen op het kompas is moeilijk. Je moet je aandacht gericht houden op het doel, weten waar je naartoe wilt, visie ontwikkelen, richting zoeken. Dat allereerst. En dan ook de discipline hebben om je niet van je pad af te laten brengen. Discipline is: veel dingen niet doen die andere mensen wel doen. Omdat je een doel voor ogen hebt dat belangrijker voor je is dan alle storingen en afleidingen uit je omgeving.

Staande blijven

Als we karakter, moraal en kompas bij elkaar brengen, betekent goed leiderschap varen op het morele kompas. Een moreel kompas wordt gevormd door je persoonlijke waarden, die nauw samenhangen met je wereldbeeld, je overtuigingen, je levensbeschouwing, je geloof. Waarden die je deels in je thuismilieu meekrijgt en door levenservaring verder ontwikkelt. Die waarden geven richting, helpen je om de goede keuzes te maken en vormen je tot iemand met karakter.

Goed leiderschap is moreel leiderschap. Grote leiders vallen daardoor op. Ze tonen karakter om staande te blijven te midden van verleidingen. Maken morele keuzen op basis van hun waarden. Staan ergens voor en gaan daar ook voor, koste wat het kost.

Moreel leiderschap is niet op zichzelf gericht, maar zoekt de groei en bloei van de gemeenschap. Het zet de behoeften van anderen voorop en neemt en hanteert besluiten op grond van morele waarden.

Rijke erfenis

Het christelijk geloof en de joods-christelijke traditie vormen een rijke voedingsbodem voor moreel leiderschap. We hebben niet alleen het meest zuivere morele kompas tot onze beschikking, de Bijbel, de Wet, het Evangelie. We staan ook in een traditie van duizenden jaren, waarin we voorbeelden hebben van koningen, priesters, profeten, leiders en discipelen. Van predikanten, zendelingen, leiders en leraren. Maar ook van ‘gewone’ gelovigen die in hun eigen omstandigheden moreel leiderschap toonden.

Naast de Bijbel is er een massa christelijke literatuur over de essentie van het goede leven, over hoe wij als mensen moeten samenleven, welke waarden we moeten nastreven, wat de betekenis is van het leven op aarde en hoe een leven met God ons pas echt tot onze bestemming brengt. Daarmee beschikken we over een geweldig arsenaal aan verhalen, beelden, concepten, ideeën en woorden die ons helpen om moreel leiderschap handen en voeten te geven.

Een oprecht christelijk leven brengt ons in de juiste modus om leiderschap te tonen en te ontwikkelen en te leven naar de standaard van morele waarden. We ontlenen onze waarden aan Gods wet, een volmaakt normatief kader.

De basis is God liefhebben boven alles. Dat betekent dat we alles doen voor Hem en niet voor de mensen. Dat we strijden tegen de zonde, allermeest in ons eigen leven. Dat we beseffen te mogen leven van genade, wat leidt tot een liefdevolle en barmhartige houding jegens de ander. Dat betekent ook dat we leidinggeven vanuit een houding van dienende verantwoordelijkheid, omdat we beseffen dat we rekenschap moeten afleggen aan de Koning van hemel en aarde.

De naaste liefhebben als onszelf leert ons gericht te zijn op de ander. Te heersen door te dienen, te handelen naar Gods wil in het omgaan met de mensen in onze omgeving en te bidden om Zijn zegen.

Een oprechte christen praktiseert waarden zoals betrouwbaarheid, eerlijkheid, waarheid, betrokkenheid, aandacht en toewijding. Christelijke leiders tonen morele moed, zijn integer en maken geen misbruik van hun positie. Ze doen wat ze zeggen en geven zelf het goede voorbeeld.

Leiders die het christelijk geloof aan hun werk verbinden, beseffen dat ze hun gaven van God ontvingen en verwachten elke dag hun kracht van God. Ze verlangen ernaar Jezus te volgen en van betekenis te zijn in de wereld.

Een christen die zich het eigendom van Christus weet, hoeft niet met zichzelf bezig te zijn, hoeft zijn eigen ik niet op te blazen. Hij heeft daardoor ruimte en aandacht voor anderen en voor de taak die God hem gaf. Een christen hoeft niet de populariteit van zijn omgeving na te streven; dat geeft hem een zekere onafhankelijkheid.

Christenen beschikken over een rijke erfenis als het gaat om moreel leiderschap. Ze staan daarin op de schouders van de velen die hen voorgingen.

Ingekerfd

Kunnen we moreel leiderschap leren? Ja. Maar we zijn daarin allereerst afhankelijk van Gods Geest, Die ons hart moet hervormen, onze wil moet ombuigen en ons een nieuwe levensrichting moet geven. Hij is de eerste. Uiteindelijk gaat het bij christelijk en moreel leiderschap om een diep besef van afhankelijkheid. Daarvoor is een wijs hart nodig. Salomo besefte dit toen hij, in antwoord op de droom waarin God hem verscheen, vroeg om „een verstandig hart”, om onderscheid te kunnen maken tussen goed en kwaad.

Tegelijk staat het ontwikkelen van moreel leiderschap niet los van hoe we leven, ons gedrag, onze gewoontevorming en het oefenen van nieuwe gedrags- en denkpatronen. Het staat ook niet los van het leren van fouten en het reflecteren op ons eigen optreden en gedrag en vooral ook het vragen van feedback.

Het oorspronkelijke woord voor karakter is verwant aan het werkwoord ”inkerven” ofwel ”etsen”. De beeltenis van een machthebber werd ”ingekerfd” in een munt. De waarden die God ons gegeven heeft tot heil van onszelf, onze naaste en de wereld waarin we leven, moeten ingescherpt en ingekerfd worden. Dan laten we in ons dagelijks leven iets zien van Hem Wiens beelddrager we zijn. En zo krijgen we karakter.

Nogmaals: kunnen we moreel leiderschap leren? Ja, maar we zijn er nooit. We blijven beginners en moeten dagelijks oefenen. Daarvoor heeft de christelijke traditie ons een belangrijke vorm meegegeven: elke dag beginnen op je knieën. Dat is al duizenden jaren door miljoenen gelovigen beoefend. Je dagelijks vormen in de godzaligheid, door het nemen van tijd voor gebed en Bijbelstudie. Stille tijd, waarin je jezelf heel concreet spiegelt aan de Bijbel en om wijsheid bidt. Omdat we weten wat David in Psalm 18 bad: „Want U doet mijn lamp lichten, Heere.” Alleen in Zijn licht zien wij het licht. Om moreel leiderschap te kunnen beoefenen, moeten we ons dagelijks laten voorlichten door het Woord van onze God. Alleen wanneer we door Hem aangestoken zijn, kunnen we een licht zijn voor anderen.

Gepubliceerd als essay in het Reformatorisch Dagblad 18 mei 2018.

 

Geplaatst in Geen categorie, Identiteit, Leiderschap | Een reactie plaatsen

Beïnvloedingstechnologie aanwenden ten goede

Op bovenstaande foto zie je een typische start-up, een groepje jonge mensen die in een garage, computerprogrammatuur in elkaar sleutelen Het is een illustratie bij een artikel in Time van 23 April met de titel ‘The masters of mindcontrol’. Mindcontrol door digitale apparaten trekt mijn aandacht en is een van de grote vraagstukken van dit moment, ook in onderwijs. Daarom vraag ik aandacht voor dit verhaal uit Time.

‘Silicon Valley knows how to program human behavior – for better or worse’, ondertitelt Haley Sweetland Edwards haar artikel. Via slimme toepassingen slagen de ICT  bedrijven erin om onze aandacht te vangen en heel lang vast te houden. Daarvoor maken ze gebruik van inzichten van neurowetenschappers die weten hoe hersenen nieuwe gewoonten leren. Als je dat snapt kun je manieren bedenken om die hersenen te stimuleren tot bepaald gedrag. Het gaat ongeveer als volgt.

Onze hersenen bewandelen verschillende wegen om ons gedrag te controleren. De minst sterke helpt ons bewuste besluiten te nemen en dienen om onze lange termijn doelen te realiseren. Een andere route is een korte die sterk reageert op externe prikkels. Deze route is krachtig vanwege de aanmaak van een bepaald stofje, dopamine, dat verslavend is. Dit zorgt er weer voor dat er snel een sterk patroon gevormd wordt. Er is een bepaalde trigger, die leidt tot actie en de hersenen krijgen een beloning. De hoeveelheid dopamine (de beloning) blijkt omhoog te gaan als de beloning onvoorspelbaar is. Gedrag is dus snel te beïnvloeden door verschillende beloningen toe te kennen. Casino’s en gokautomaten maken hier ook gebruik van.

Veel apps exploiteren deze loops van gewoontevorming. Door het gebruik van smartphones is dit vele malen intensiever en soms ook verslavend geworden. De smartphone volgt ons. Net als Klein Duimpje, laten we overal broodkruimels achter, die informatie wordt opgepakt door de app. Daardoor kan de app onvoorstelbaar precies ons gedrag volgen en ook voorspellen hoe we ons gaan gedragen. Ze kent onze gedragspatronen nauwkeurig en gaat daar adaptief mee om. Zo zijn er gedragsvormende en verslavende technologieën ontstaan die het denken en doen van miljarden mensen beïnvloeden.

Een paar jaar geleden legde Theo Compernolle dit al uit in zijn boek met de veelzeggende titel ‘Ontketen je brein’. Ramsy Brown en Dalton Combs, die eigenaars van de startup, verwijzen hier ook naar met de naam van hun bedrijfje ‘Boundless Mind’.

Het grote verschil is dat Compernolle vooral allerlei adviezen gaf hoe je je van de ketens kunt ontdoen. Maar Boundless Mind gebruik maakt van dezelfde inzichten en technieken  om het omgekeerde te bewerkstelligen: goed gedrag, dieper en intensiever communiceren. ‘Vuur moet je met vuur bestrijden’, zo denken zij. Dus waarom zouden we de inzichten van de neurowetenschap niet inzetten om gedrag zo te beïnvloeden dat het de goede kant op gaat. Overigens zijn de eigenaren ook neurowetenschappers.

Hun missie is om Amerika’s verslaving aan technologie te ontwrichten. Het business model van Sillicon Valley is gebaseerd op de gebruikers slaaf maken van het scherm. Hoe langer ze ons gevangen kan houden aan het scherm hoe beter. Hoe meer data zij kunnen verzamelen om aan adverteerders te verkopen. Daarvoor maken ze intelligent gebruik van ‘beinvloedingstechnologie’. Technologie waarmee gedachten en gedrag van mensen beïnvloed kan worden. Alle ICT bedrijven gebruiken dit om ons zo lang mogelijk op hun platform te houden. Dat is ook waarom jongeren verslaafd zijn aan hun telefoon. Hun hersenen zijn zo beïnvloed dat ze aan dat ding willen blijven.

Boundless Mind pakt het anders aan. De technologie die mensen verslaafd maakt, kan ook ingezet worden om mensen tot goed gedrag te verleiden. Van de verslaving af te helpen of ervoor te zorgen dat communicatie dieper wordt. Zij gebruiken technologie om te worden we je zou willen zijn.  Hersenen kunnen gekaapt worden door technologie, ten kwade, maar ook ten goede.

Dit lijkt mij een belangrijk perspectief voor te gebruiken technologie in onderwijs en opvoeding.

N.a.v. The Masters of Mindcontrol, Silicon Valley knows how to program human behaviour – for better or worse, by Haley Sweetland Edwards, Time 23 April 2017.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Dankboek

Aan het eind van het jaar komen veel mensen in een gemoedsgesteldheid waardoor ze gaan terugkijken op wat er gepasseerd is. Hoe doe je dat? Ernst-Jan Pfauth wijst ons de weg om daarin dankbaarheid te tonen. Hij heeft dit tot onderdeel van zijn levenspatroon gemaakt en is er gelukkiger door geworden.

Op 1 september 2017, las ik dit bijzondere twitterbericht: Kijk hoe mooi het #Dankboek, dagboek voor een tevredener leven, van @ejpfauth is geworden! Het bericht kwam van Rob Wijnberg, die samen met Ernst-Jan Pfauth de Correspondent heeft bedacht en opgericht. De Correspondent is een online journalistiek platform, dat onafhankelijke journalistiek wil bedrijven. Donateurs en leden financieren het, ze plaatsen geen advertenties.

Ernst-Jan Pfauth las een jaar lang zelfhulpboeken en deed er verslag van. In een aantal artikelen beschrijft hij deze leestocht. Het resultaat: hij is er niet gelukkiger van geworden. De zelfhulpboeken leerden hem nog efficiënter te werken, maar de tijd die hij uitspaarde ging op in nog meer werken. Al die boeken leverden hem chronische ontevredenheid op. Hij ontdekte dat we niet moeten streven naar succes of rijkdom, maar naar voldoening.

Het verhaal raakt me, omdat het zo herkenbaar is. Ook in mijn leven. Harder, efficiënter werken, laat leegte achter, geen voldoening. Uiteindelijk is echte voldoening niet te vinden in hard je best doen. Geluk en voldoening hebben te maken met je levenshouding, de richting van je leven. Ernst-Jan en zijn vrouw zijn dat gaan oefenen. Gewoon door aan het eind van de dag terug te denken aan wat er die dag voldoening gaf, waar ze dankbaar voor zijn. Dit werd een ritueel en het door hem ontwikkelde Dankboek ondersteunt daarbij. Het recept is eenvoudig, het Dankboek nodigt je uit om elke avond drie dingen op te schrijven waarvoor je dankbaar bent.

Ik doe hetzelfde, maar anders. Ik hou een persoonlijk journaal bij. Begin dan meestal met waar ik dankbaar voor ben en zet voor die dingen een D in de kantlijn. Dankbaar zijn leerde ik in de christelijke traditie waarin ik ben gevormd. Dankbaarheid is een centrale waarde in het christelijk geloof en is sterk gerelateerd aan afhankelijkheid. Een levenshouding die haaks staat op maakbaarheid. Een afhankelijk mens beseft dat er machten en krachten zijn die buiten zijn directe invloedsfeer liggen.

Voor mij als christen heeft afhankelijkheid alles te maken met het geloof in God. Met de belijdenis dat Hij mijn leven leidt. Met rust die ik niet in mezelf vindt en die niet door eigen inspanning verwerf, maar vind in de overgave aan God. Leven uit dankbaarheid is een leven in afhankelijkheid. Dat geeft rust en richting aan je leven. Het werkt als tegengif tegen alle onrust, stress, ego-tripperij, het voortdurend de lat te hoog leggen en alles-moeten-doen. Inderdaad, de ervaring van Ernst-Jan is herkenbaar. Dankbaarheid leidt tot een gelukkiger leven.

Het dankboek is verkrijgbaar via de kiosk van De Correspondent. Kost wel wat € 20,-, maar je krijgt er ook iets voor. En het werkt. Dat heeft Ernst-Jan ervaren. Maar dat weten we al duizenden jaren. Dankbaarheid loont.

 

 

Geplaatst in Geen categorie, Identiteit, Lifehacking | Een reactie plaatsen

Lang Leve de 100 jarige

Lang Leve de 100-jarige

Themadag Pabo Driestar educatief 3 oktober 2017 rondom de viering Vrijheid van Onderwijs

L.N. Rottier

St Jan Gouda – Themadag PABO 171003

 

 

Een driedubbele felicitatie

Graag wil ik beginnen met het uitspreken van een driedubbele felicitatie.

*

Ik feliciteer Nederland met het onderwijsbestel waarin naast openbare scholen ook bijzondere scholen bekostigd worden door de staat.

De belastingen die wij betalen, waarvan een fors deel naar onderwijs gaat, komen zo ten goede aan alle bevolkingsgroepen in Nederland.

100 jaar geleden, in 1917, is dat door onze toenmalige regering en parlement besloten. De pacificatie noemen we dat, de financiële gelijkstelling. Vrijheid van Onderwijs was er al sinds de grondwet van 1848, maar financiële gelijkstelling is van 1917. Dat was een belangrijk moment in onze politieke geschiedenis. Daar hebben we als Nederland laten zien dat we met elkaar willen samenleven in een verdeeld land. Dat we ieders eigenheid willen accepteren en ruimte willen bieden aan verschil. Die pacificatie kun je zien als een waarborg voor minderheden en een toonbeeld van tolerantie.

*

Ik feliciteer het christelijk onderwijs in ons land. Regelmatig hebben we bij Driestar hogeschool onderwijsmensen uit andere landen over de vloer. Vol trots vertel ik hen elke keer weer over de unieke situatie, dat wij als christelijke hogeschool en al die andere christelijke scholen volledige subsidie van de overheid ontvangen. Dat is uniek. In de ogen van zulke gasten, meestal werkzaam in niet gesubsidieerde  christelijke scholen is dat een soort paradijs.

*

En ik feliciteer jullie, studenten van Driestar hogeschool. Jullie maken gebruik van het recht om een bijzondere school te bezoeken. Je wilt opgeleid worden tot leraar en gaat waarschijnlijk later op een bijzondere school werken. Dank God dat dit in ons land mogelijk is. Werk hard om een goede, christelijke leraar te worden. En wees gemotiveerd om je in te zetten voor het onderhouden en doorontwikkelingen van onze scholen. En voel je vooral geroepen om een bijdrage te mogen leveren aan de vorming van  de komende generatie, kinderen, jongeren, christenen, burgers van Nederland en naar we hopen toekomstige leden van de christelijke kerken.

*

Dat wij kinderen en jongeren mogen vormen in de lijn van de eigen religieuze overtuiging en ons geloof is wat ons betreft de grote zegen van de onderwijsvrijheid.

Ik noem dit de pedagogische meerwaarde van de vrijheid van onderwijs.

Hier zal ik eerst iets over zeggen.

Daarna ga ik in op kritiek vanuit politiek en samenleving op de onderwijsvrijheid en m.n. ook op ons type scholen.

En ik sluit af met twee belangrijke vragen die onder de discussie van onderwijsvrijheid liggen en waar we steeds meer mee in aanraking en ook botsing zullen komen.

 

De pedagogische meerwaarde van de onderwijsvrijheid.

Het christelijke geloof en het christelijke denken is niet los verkrijgbaar. Je kunt niet een uurtje in de week een les geven in christelijk denken en dan aan het eind een tentamen en daarmee je punten gehaald hebben en zo een christelijke leraar worden.

Leven als een christen is een geïntegreerd leven. Als het goed is ben je als christen een man of vrouw uit één stuk, integer, je belijdt een christen te zijn en dat is zichtbaar in je leven.

Dat is ook wat christelijke ouders en christelijke leraren op het oog hebben in de opvoeding, het onderwijs, de vorming van kinderen en jongeren. Dat het volwassen mensen worden die zich verbonden weten met Christus en als christen leven, denken en handelen.

Christenzijn heeft met je héle leven te maken.

En het heeft állereerst met God te maken, de God van de Bijbel die zich bekend maakt als Vader, Zoon en Heilige Geest. De Schepper en de Onderhouder van ons leven.

Hij is het centrum van het christenleven. We kunnen alleen maar christen zijn als we met Hem een relatie hebben, een relatie van geloof en liefde. Die relatie is het belangrijkst en kleurt ons leven. Dan willen we voor Hem leven, voelen we ons afhankelijk van Hem en willen Hem ook volgen en gehoorzamen.

Dat bedoel ik met: leven als een christen is een geïntegreerd leven.

Hoe word je zo’n christen? Jullie eerste antwoord zal waarschijnlijk zijn: door wedergeboorte en bekering. Dat is een belangrijk Bijbels en reformatorisch principe. De verlossing komt niet bij ons vandaan, maar van de andere kant, van God zelf. Maar daarbij worden mensen ingeschakeld. God werkt door mensen, door vaders en moeders, door meesters en juffen. De opvoeders en onderwijzers zijn de handen van God waarmee Hij werkt in de levens van kinderen en jongeren. Koelman zei: opvoeders zijn medewerkers van God.

In Afrika kennen ze een spreekwoord: It takes a village to raise a child. Om kinderen op te voeden heb je een heel dorp nodig. Een gemeenschap. Een groep mensen die iets met elkaar heeft, die een gezamenlijke cultuur ontwikkelde, waarden deelt. Zo is het ook haast onmogelijk om in je uppie christen te zijn of je als christen te ontwikkelen, dat gebeurt vooral in een gemeenschap, waarin mensen zijn die waarden voorleven en doorgeven. Een gemeenschap die uitlegt, stimuleert, voorgaat, bemoedigt. En zo worden kinderen gevormd. Eerst door ouders en daarnaast ook door de gemeenschap. Het belang van de Bijbel en het omgaan met de Bijbel leren kinderen doordat ouders en andere laten zien wat dit voor hen zelf betekent.

Na gezin en familie is de school zo’n gemeenschap. Een pedagogische gemeenschap die onderwijst en opvoedt in het verlengde van wat ouders voorstaan. In de gemeenschap van een christelijke school gebeurt dit door het hanteren van de Bijbel, de inhoud van de vakken, christelijke praktijken als bidden, zingen, maar vooral ook doordat daar mensen werken die die waarden voorleven.

Dat is waarom wij zo blij zijn met de onderwijsvrijheid. Dat school, gezin en ook kerk één gemeenschap vormen, die kinderen op een christelijke wijze vormt en toerust voor en plek in de samenleving.

Wij prijzen ons gelukkig te leven in een land waar ouders een school kunnen kiezen die past bij de opvoeding thuis.

Kritiek op VVO

Ik wil in het tweede deel van mijn verhaal luisteren naar de kritiek vanuit politiek en samenleving van mensen die niet zoveel of helemaal niets hebben met de VVO.

Drie kritiek richt zich op drie punten: 1. Indoctrinatie. 2. Segregatie. 3. Toegankelijkheid.

1 Indoctrinatie

Een deel van de tegenstanders zegt:’ De religieuze school indoctrineert en dat is buitengewoon slecht voor onze samenleving’.

Laten bijvoorbeeld even naar Aleid Truyens columniste van de Volkskrant. Het citaat komt uit een ouder stuk maar is nog steeds relevant.

God heeft op school niets te zoeken. Het is in strijd met de scheiding tussen Kerk en Staat dat de overheid religieuze scholen bekostigt. En’, zo gaat ze verder, ‘Kinderen moeten worden beschermd tegen gevaarlijke lariekoek. Dat vrouwen minderwaardige wezens zijn bijvoorbeeld. Dat homoseksualiteit een enge ziekte is. Op scholen moeten kinderen hun hoofdoekjes, keppeltjes en Bijbels bij de kapstok achterlaten. Een school waar mensen van alle gezindten werken, die kinderen leren welke opvattingen en geloofsrichtingen er zoal in de wereld bestaan – wat een walhalla zou dat zijn zo’n school. God, mocht Hij bestaan, heeft alle kindertjes even lief en heeft hen uitgerust met een verstand en een vrije wil. Het is aan ons om ze dat verstand te laten ontwikkelen, zodat ze zelf kunnen kiezen.’ (De Volkskrant 09-09-25).

Zij en vele liberale vrijheidsdenkers verafschuwen het feit dat de overheid scholen bekostigt, waarin kinderen in hun ogen geïndoctrineerd worden.

Vorige week schreef Rosa van Gool in de Volkskrant:

‘Het voornaamste bezwaar, vooral tegen orthodoxe scholen, is de indoctrinatie van kinderen: leraren zwijgen de evolutietheorie dood of betogen zelfs dat evolutie net zo goed een geloof is’ (..)

‘School moet kinderen juist de kans geven om nieuwe dingen te horen, tot nieuwe inzichten te komen, om een zelfdenkend individu te worden. Om met Lubach te spreken: ‘School is dé plek om erachter te komen dat je ouders gek zijn.’

Hoe kunnen we op deze kritiek reageren?

Het gesprek aan gaan, argumenten daar tegenover zetten en ook hen uitnodigen op je eigen school. Dat laatste helpt soms om hardnekkige en soms bizarre beeldvorming bij te stellen.

Er is ook geen enkel bewijs dat kinderen die in een homogene gemeenschap worden opgevoed en onderwezen het in de praktijk van leven slecht zouden doen. Eerder het tegendeel is waar. Als vorming van kinderen op een eerlijke en goede manier plaatsvindt, kunnen zij vanuit die veiligheid juist uitstekend kennismaken met andere culturen en ideeën zonder daar direct een oordeel over te hebben wat ontmoeting in de weg staat. Een christelijke school is ook gericht op de wereld waarin we leven en moet kinderen daarmee in aanraking brengen.

Kees v.d. Staaij zei in de documentaire ‘Toen was geloof heel gewoon’: ‘Ik ben gevormd in de zuil en sta in de wereld.’ Hij is denk ik het levende bewijs van iemand die in een reformatorische context is opgevoed, maar het zeer goed doet als Tweede Kamer lid enis in staat is om goede gesprekken te voeren aan de tafels van de Pauwen en Jineks in ons medialandschap.

Er is niks mis met een opvoedingsmilieu dat veel cohesie vertoont. Integendeel. Kinderen hebben behoefte aan duidelijkheid. Stabiele gezinnen, met vader en een moeder die van elkaar houden en elkaar trouw zijn, die een duidelijk en prettig klimaat scheppen in hun gezin en die aan die kinderen waarden  meegeven die koers geeft aan hun leven, ‘leveren’ nuttige en ijverige leden van onze maatschappij.

Er is nog een enorme misvatting in het spel bij deze kritiek. Het keppeltje aan de kapstok hangen als je de school binnenkomt, dat kan niet. Iedereen weet dat dit bij een deel van de Joodse gelovigen echt bij het leven uit de Thora hoort. Godsdienst is niet los verkrijgbaar.

En kinderen laten kiezen nadat ze in alle godsdiensten onderwezen zijn, veronderstelt dat je als opvoerder neutraal kunt zijn en belangeloos alle mogelijkheden voor het kind neerlegt en het kind dan in opperste vrijheid kan kiezen. Daar is veel tegenin te brengen, mensen zijn veel minder vrij dan ze denken en neutraal opvoeden is onmogelijk. Aleid Truijens heeft ook een mening en die steekt ze niet onder stoelen of banken, zij kiest voor een gemengde, niet religieuze school. Zo wil zij kinderen opvoeden. Dit zou je ook een geloof kunnen noemen.

Helaas zijn er op dit punt misstanden in religieuze scholen. Die moeten worden aangepakt. Dat gebeurt ook, door de onderwijsinspectie. Maar we moeten niet van de weersomstuit vanwege een paar malcontenten een heel onderwijsbestel dat zich al 100 jaar heeft bewezen onderuit gaan halen. Dat lijkt me een buitengewoon domme zet. En is aantoonbaar in tegenstrijd met at in 1917 besloten is: diversiteit werd toen niet ontkend maar geïnstitutionaliseerd.

2 Segregatie

Op de vraag hoe het gaat geven we als Nederlandse bevolking het antwoord: ‘Met mij gaat het goed, maar met ons gaat het slecht.’ Daarmee bedoelen we: Het gaat niet zo goed in onze samenleving. De tegenstellingen nemen toe, de kloof tussen arm en rijk groeit. Dat levert in toenemende mate spanning op.

Er zijn mensen die de VVO aanwijzen als een van de oorzaken hiervan.

Op de nieuwssite van NPO 1 verscheen vorige week een column van journaliste Phaedra Werkhoven met de titel: ‘Weg met die idiote verzuilde scholen.’

Kinderen sorteren naar verschillende scholen werkt segregatie in de hand. Onze samenleving is een pluriforme samenleving, kinderen  moeten van jongsaf leren in die samenleving participeren en leren omgaan met verschillen.

Daarom’, zegt mevrouw Werkhoven, ‘pleit ik al tijden voor gemixte scholen. Voor appeltaart en baklava in de les, van Suikerfeest en kerstmis, alle niveaus bij elkaar, alles kunnen zeggen. Weg met die idiote verzuilde scholen. Ik wil schoolpleinen waar alle ouders staan, waar iedereen Nederlands spreekt en alle kinderen met elkaar willen spelen. Het lijkt een utopie, en noem me naïef, maar daar, bij onze kinderen, ligt wel het daadwerkelijke begin van de oplossing.’

Het lijkt eenvoudig, maar dat is het niet. Tegenstellingen in de samenleving zijn niet zomaar een op een aan te wijzen als het effect van de VVO. Huisvestingsbeleid in een stad b.v. heeft veel meer invloed of burgers zich wel of niet mengen. Als je wijken maakt met voor alle inkomensklassen betaalbare woningen, dus koop en huur door elkaar, ontstaat er ook een gemengde wijk.

Dat er een probleem is in onze samenleving met het omgaan met verschillen is evident, dat moeten we ons ook aantrekken, maar afschaffen van de onderwijsvrijheid lost dit niet op. En op heel veel bijzondere scholen is de leerlingenpopulatie heel divers.

Tijs van de Brink reageerde de volgende dag op dezelfde site als volgt:

Nou heb ik goed nieuws voor Werkhoven: die scholen bestaan. En ze heten bijzondere scholen. Maar liefst 60 (!) procent van alle leerlingen met een niet-Nederlandse achtergrond gaat naar een bijzondere school, waar uiteraard ook relatief meer protestantse en katholieke leerlingen zitten. Ik zal niet zeggen dat op de ‘bijzondere schoolpleinen’ alle ouders staan, maar daar staat absoluut een gemêleerd gezelschap.’

De eerlijkheid gebiedt om te zeggen dat dit klopt voor een groot deel van de bijzondere scholen. Op reformatorisch scholen is de populatie niet representatief voor de Nederlandse samenleving. Dat hoeft ook niet, maar het is voor ons daarom wel een belangrijke taak om kinderen respect aan te leren voor dat meisje met die hoofddoek, het allochtone gezin in de straat en die neef die D66 stemt. Je hoeft niet naast elkaar in de klas te zitten om respect te leren voor de ander.

3 .Toegankelijkheid

Het feit dat bijzondere scholen een eigen toelatings- en benoemingsbeleid mogen hanteren, geënt op de levensbeschouwelijke grondslag van de school, roept veel kritiek op die soms ook een zware emotionele lading krijgt.

Femke Halsema zei ooit:

De vrijheid van onderwijs zal ik altijd verdedigen. Die vrijheid behelst wat mij betreft het recht van ouders om een school te stichten overeenkomst hun levenswijze, maar niet het recht van schoolbesturen om leerlingen of leraren te weigeren. Scholen die dat toch doen, plaatsen het grondrecht waarop ze zijn gebouwd in een kwade reuk.’

Tja hier zit een opvatting achter als zou de VVO betekenen dat ouders het recht hebben om op elke school in NL hun kind in te schrijven. M.i. is dat niet de betekenis van onderwijsvrijheid.

Onderwijsvrijheid geeft ouders het recht om eigen school te stichten en  daar zelf regels te stellen aan de richting en de inrichting van het onderwijs, het personeelsbeleid en het toelatingsbeleid. Dit alles binnen de grenzen van de wet vanzelf. Die ruimte van ouders noemen we onderwijsvrijheid. Dat dit door de overheid bekostigd is billijk. Deze burgers betalen evenveel belasting als alle anderen.

Overigens geldt dit maar voor kleine groep scholen meeste voor iedereen toegankelijk.

Tot slot

Er zijn twee dieperliggende vragen die onder bovengenoemde discussies liggen.

1 Hoe zie je burgerschap?

De school moet een bijdrage leveren aan het ontwikkelen van burgerschap van jongeren. Immers zij moeten leren om in de samenleving op een goede manier te participeren. Dat onderschrijf ik voor 100% en hier een bijdrage aan leveren moet van elke school gevraagd worden.

Maar onder de propaganda voor burgerschap schuilt ook een drang scholen te laten aanpassen aan de waarden en normen en ideologie van onze moderne Westerse samenleving.

Daar wringt de schoen. Orthodoxe christenen en hun scholen willen zich  juist niet aanpassen aan deze wereld en wat de goe-gemeente denkt en zegt. Staat kritisch in deze wereld. En wil zich vooral laten gezeggen door wat God in Zijn Woord van ons vraagt. Dat roept dus per definitie aversie op, bij mensen die vinden dat de seculiere waarden niet alleen onderwezen, maar ook gedeeld moeten worden door alle leerlingen en studenten op publiek gefinancierde scholen.

Het gaat hier om een onderliggende strijd van de seculieren om geloof uit het publieke domein te verwijderen. Die strijd neemt gevaarlijke vormen aan. De seculiere meerderheid lijkt een orthodoxe minderheid niet meer de ruimte te gunnen om in het publieke domein of in eigen kring te leven en denken zoals zij wenst. Er is een toenemende meerderheidsdwang zichtbaar tegen minderheden.  Dit is in flagrante tegenstelling tot de basiswaarden van ons democratisch bestel. ‘Een democratie representeert niet de eenheid van een volk, maar juist haar verscheidenheid’, schreef iemand. De democratie gaat dan ook over de bescherming van minderheden. Het omgekeerde worden we gewaar. Er is een meerderheidscultuur aan het ontstaan, liberaal, seculier en blank. Deze lijkt haar macht te gaan misbruiken door de staat te laten ingrijpen haar waarden aan de rest van de samenleving op te leggen. De ruimte voor verschil kalft af.

 

2 Van wie is het kind?

De tweede fundamentele vraag die onder de discussie ligt is: Wie heeft het nu voor het zeggen? Wie heeft  nu de zeggenschap over het kind? De overheid of de ouders? Vanuit christelijk perspectief is dit niet moeilijk te beantwoorden: de ouders. Christelijk gelovige ouders ervaren het krijgen van een kind als een bijzondere zegen van God. Ze beseffen dat zo’n kind niet hun eigendom is en ermee kunnen doen wat zij willen. Maar dat ze dit in bruikleen krijgen om het te verzorgen en op te voeden tot een volwassen mens die God dient en zich dienstbaar opstelt in de samenleving.

Daarom moeten wij onze kinderen leren niet te leven voor zichzelf, maar gericht te zijn op de ander. De Ander met een hoofdletter en de ander met een kleine letter. In die volgorde.

Christenen voeden hun kinderen op tot goede burgers voor deze wereld, maar weten dat zij burgers zijn van twee werelden. Deze wereld die tijdelijk is en voorbijgaat. En de andere wereld, Gods wereld, die eeuwig is. Het verlangen van ouders, opvoeders en leraren die vanuit een Bijbels perspectief leven is, dat kinderen niet alleen wereldburgers maar ook hemelburgers mogen worden.

Geplaatst in Leraarschap, Onderwijs | Een reactie plaatsen

Christelijk leiderschap

Met dit essay rijg ik een nieuwe kraal aan het langlopende debat over het thema christelijk leiderschap. Wanneer je in een groep mensen middels een stelling laat kiezen of je nu wel niet kunt spreken van christelijke leiderschap, zijn de meningen altijd verdeeld. Ik heb ook een paar keer een groep mensen willekeurig in twee groepen verdeeld. De ene kreeg de opdracht om de stelling dat er christelijk leiderschap is te verdedigen, de ander om het tegenovergestelde te doen. Aan beide kanten komen er dan heel zinnige argumenten over tafel. Hebben christenzijn en leiderschap nu veel of weinig met elkaar te maken? Ik hield ooit ergens een verhaal met de titel: Christelijk leiderschap: gescheiden, LAT of huwelijk? Ik verdedig in dit essay het laatste. Ons christenzijn geeft een geheel eigen kleur aan je beroepsbeoefening, zeker ook bij leiders. Daarom kun je ook spreken over christelijk leiderschap

Als ik spreek over leiderschap, dan bedoel ik de praktijk van leidinggeven door leiders. Dat kunnen positionele leiders zijn, maar ook professionals waarbij leidinggeven een onderdeel is van hun werk. Veel professionals geven leiding aan collega’s zonder een formele positie als leider te hebben. In organisaties is ook een beweging gaande ‘van verticaal naar horizontaal leiderschap’. In de leiderschapsliteratuur is ‘gespreid leiderschap’ momenteel een trend, waarbij alle professionals in meerdere of mindere leiderschap moeten laten zien.

De vraag is dus of we in de praktijk van het leidinggeven kunnen spreken van christelijk leiderschap en hoe dit zich zou kunnen onderscheiden.

Ik erken dat critici van het concept christelijk leiderschap recht van spreken hebben. Veel christelijke leiders laten geen christelijk leiderschap zien. En er zijn veel niet christelijke leiders die op een manier leiding geven die je christelijk zou kunnen noemen, vanwege hun integriteit, hun gerichtheid op waarden en hun dienstbare houding.

Weinig christelijke leiders kunnen goed aangeven wat het specifiek christelijke is aan hun manier van leiding geven. En als ze alleen aangeven dat een christelijke leider integer en betrouwbaar is, kun je de vraag stellen of anderen dat dan niet zijn. Dit te beweren komt voor niet christelijk leiders zelfs hoogmoedig over, alsof alleen christelijke leiders het patent zouden hebben op het handelen vanuit deze christelijke waarden.

Er zijn ook legio christelijke leiders die weinig of niets van hun christen-zijn in de dagelijks leiderschapspraktijk laten zien, zondag en werkdag van elkaar scheiden, in twee werelden leven.

Toch zou ik wel van christelijk leiderschap willen spreken. Ik denk zelfs dat we veel kunnen winnen door ons christen-zijn bewust aan ons leiderschap te verbinden.

Godsdienst en het gewone leven

‘Ware godsdienst is niet iets wat alleen op het leven na dit leven is gericht, maar heeft net zoveel met déze wereld te maken als met de toekomende’, zegt Spurgeon in een preek over ‘Uw goddelijk beroep’. Godsvrucht bereidt ons voor op het leven dat volgt, maar vormt ook ons leven nú, in déze wereld. Geloof wordt beoefend in het heden en heeft invloed op de manier waarop we ons beroep uitoefenen.

Op welke manier beïnvloedt het leven als een christen, het geloof en de praktijk van de godzaligheid de praktijk van leidinggeven? Ik die vraag beantwoorden door vooral te kijken naar de leider zelf. Niet naar de organisatie of de mensen, maar naar de leider zelf, naar zijn persoon. Hij moet leiding geven vanuit zijn persoonlijke waarden. Het gaat niet zozeer om charisma waardoor de leider mensen in beweging krijgt, maar de waarden die hij wil realiseren moeten de drijfveer vormen van goed en christelijk leiderschap. De leider geeft vorm en inhoud aan zijn leiderschap vanuit een doorleefde mens- en levensvisie. Natuurlijk gebruikt de christelijke leider verschillende inzichten en instrumenten,  maar die van het realiseren van de waarden. Dat vraagt om kleur bekennen, keuzes maken, leiding geven aan jezelf en jezelf ook kritisch beschouwen, bewust worden van wat je drijft, wie je werkelijk bent en waar het je echt om gaat. En de vertaling van dit alles naar je gedrag als leider. Wie je ten diepste bent, waar je voor wilt gaan, dat zijn de onderleggers voor je handelen in de praktijk van het leidinggeven. Je werkt vanuit de diepere lagen onder je bestaan. Daarnaast beschikt de waarden-gedreven leider over instrumentarium, inzichten, vuistregels en werkwijzen die bij elke leider in de gereedschapskist zitten, maar hij werkt vooral van binnen naar buiten. Hij laat zich niet in de eerste plaats leiden door stakeholders, winstcijfers, prestaties of wat mensen van hem vinden. Maar door waarden die niet inwisselbaar zijn.

De persoon van de leider

Wat maakt het gedrag van een leider tot leiderschap? Naar mijn idee is dat de persoon van de leider. Bij goed en invloedrijk leiderschap maakt de persoon van de leider het verschil. En de persoon van de leider heeft alles te maken met zijn hart, zijn missie en passie, zijn drijfveren, zijn persoonlijke waarden en normen, die samenhangen met zijn wereldbeeld en levensbeschouwing. En daarom doet christen-zijn er toe in leiderschap. Een christelijke leider ziet zijn werk als zijn roeping in deze wereld. Hij heeft geen job waar hij zijn salaris mee verdient. Maar een taak die God Hem gaf in Zijn koninkrijk.

Luther heeft de Westerse christelijk kerk verlost van het idee dat alleen werken in de kerk werk in Gods koninkrijk is. Ons werk is ons beroep heeft hij gezegd, daarin klinkt het woord roeping door. De  roeping om in je werk het beeld van God tot uitdrukking te brengen en onze opdracht om te bouwen en te bewaren te gehoorzamen. Door onze ongehoorzaamheid hebben we die roeping totaal verloren, er zijn alleen nog wat scherfjes van overgebleven. Daarom is er iets anders nodig voor een christelijk leider. Dat hij geleid wordt door Gods geest en genade. Keller zegt het zo: ‘Je bent pas klaar voor de rol van leider, wanneer je slaaf van Christus mag worden’. Dan mogen we leiden door te dienen, in  navolging, volharding en zelfverloochening. Het geheim van de kunst van christelijk leiderschap is dat de leider zelf ook geleid moet worden. En dat kan alleen door het onverdiende genadewerk van Jezus Christus.

Er zijn veel goede leiders die geen christen zijn. Soms zal een christelijke leider ook hetzelfde doen als een niet christelijke leider, maar dan  ís dat nog niet hetzelfde. Wanneer je ernaar kijkt vanuit een reductionistisch mensbeeld let je vooral op het gedrag en de impact daarvan. En dan lijkt het hetzelfde. Kijk je vanuit een Bijbels mensbeeld, dan gaat het vooral om wat er onder en achter dat gedrag zit, ons hart waaruit alle uitgangen van ons leven zijn. Daar maakt een christelijke leider het verschil. In het hart.

Veel hebben of iemand zijn.

Salomo besefte dat diep toen hij bij de aanvang van zijn regering bad om ‘een verstandig, en opmerkzaam hart; om onderscheid te kunnen maken tussen goed en kwaad’. Dat is een hart afgestemd op de Heere God en op Zijn Woord en wil. We weten dat we met zo’n hart niet geboren worden. Daarom moet  het  dagelijks gebed van een christelijke leider zijn:

‘Heere, geef mij een hart dat afgestemd is op Uw wil, Uw geboden en leer me in mijn werk het goede te doen en het kwade te haten’.

Dat zou je de basishouding van een christelijke leider kunnen noemen: afhankelijkheid. Dan ben je iemand die het zelf niet kan en daar diep van overtuigd is en elke dag weer in afhankelijkheid van de Heere God zijn werk begint. Salomo vroeg niet om iets te hebben, maar hij vraagt om iemand te zijn. Niet wat je kunt of doet of hebt, maar wie je bent maakt het verschil. En wie je bent heeft alles te maken met waaruit en waartoe je leeft.

Dat is de bron van wat je in de praktijk van het leidinggeven laat zien. Zo’n houding, voortkomend uit een wijs hart, heb je nodig in de dagelijkse leiderschapspraktijk. Dat zal afstralen op je werk en uitstralen naar degenen aan wie je leiding geeft. En wie je bent heeft alles te maken met waaruit en waartoe je leeft. Dat is de bron van wat je in de praktijk van het leidinggeven laat zien.

Normatieve praktijk

Er is nog een belangrijke reden waarom christelijke leiders hun levensbeschouwing in hun beroep moeten inbrengen. De beroepspraktijk waarin de leider acteert is niet neutraal, maar dat is een  normatieve praktijk.  De beroepspraktijk is normatief geladen, kent waarden, normen, regels, die het handelen van de professional sturen. Naast kennis en vaardigheden die de professional moet beheersen, moet hij zich ook van de normatieve aspecten van zijn praktijk bewust zijn. Hij moet weten waar het nu eigenlijk om gaat, waarom hij dingen doet en op welke manier zijn eigen waarden zich verhouden tot wat in zijn beroep wordt gevraagd. Die persoonlijke waarden zullen mee bepalen hoe het werk wordt gedaan. De mate waarin dat kan is per beroepspraktijk verschillend en hangt samen met de handelingsvrijheid die de professional krijgt. Een accountant heeft weinig handelingsvrijheid. Zijn werk wordt grotendeels bepaald wetten en regels, door voorschriften vanuit de eigen accountantsbranche, de specifieke aanwijzingen van inspecties of ministeries. Schoolleiders hebben een veel grotere handelingsvrijheid. Er is geen wet die voorschrijft hoe je leiding moet geven aan een team, een vergadering moet leiden, een verandering op gang moet brengen, een functioneringsgesprek moet voeren. Christelijke leiders moeten zich bewust zijn van hun eigen kernwaarden, die ook voor zichzelf formuleren en hoe deze samenhangen met Bijbelse waarden en verbonden worden aan de praktijk.

Schoolleiderschap is waarden-vol

Mijn derde argument om christen-zijn en leiding geven dicht bij elkaar te brengen heeft te maken met en bijzondere ontwikkeling in de manier waarop beroepen worden vormgegeven. Sinds de 70-er jaren trad er een sterke de-personalisering van beroepen op. De nadruk kwam meer op protocollen, controle, objectiviteit, beleid en verantwoording te liggen. Dat maakte de speelruimte voor de professional niet alleen kleiner, maar deed ook afbreuk aan de persoonlijke motivatie en de morele betekenis die het beroep had. Dit tij lijkt zich te keren. Allerwegen is er aandacht voor beroepsethiek en waarden in het werk. Na een periode van sterk resultaatgericht denken en  een technisch-instrumentele aanpak, gaat het gesprek in het onderwijs bijvoorbeeld, nu weer volop over Bildung en persoonsvorming. En in dit gesprek hebben christelijke leiders een voorsprong. Immers zij kunnen putten uit oude en jongere christelijke bronnen die helpen om dit soort vragen te duiden. Juist voor christelijke schoolleiders liggen hier kansen. In onderwijs  gaat het om doelen, richting, , ontwikkelen, toerusten en voorbereiden op de toekomst. Daar mag je als schoolleider vanuit je christelijke wereldbeeld en Bijbelse waarden mede richting aan geven. Ook hier is het nodig om de te kiezen richting  te expliciteren, te overdenken en daarop te studeren om niet meegezogen te worden in de moderne onderwijshypes. En zo te bewaken wat waardevol is in de ontwikkeling van onze leerlingen. Dat vraagt studie, morele moed en het ontwikkelen van een moreel kompas. Richtingsbesef ontwikkelen door reflectie, dialoog, jezelf laten corrigeren en blijven leren.

Door het bij elkaar brengen en houden van christen-zijn en leidinggeven, kunnen christelijke leiders een unieke en onderscheidende bijdrage leveren. Een bijdrage waar juist, in deze tijd meer aandacht en ruimte voor is, omdat ze raakt aan de grote vragen in onze maatschappij en er veel verlegenheid is in het zoeken van de antwoorden daarop.  Christelijke leiders kunnen vanuit hun morele kompas richting wijzen, niet betweterig, maar dienend en liefdevol, wetend dat hun werk zin heeft en zin geeft.

Dit essay is verschenen in De Reformatorisch School, september 2017.

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

S.S. Rotterdam en de watertaxi

Vlak voor de zomervakantie maakte ik – met een paar vrienden – een tripje naar Rotterdam. We bezochten daar o.a. de S.S. Rotterdam en maakten een vaartocht door de haven met een watertaxi.

Log en wendbaar

De SS Rotterdam was het vlaggenschip van de H.A. lijn. Het is een indrukwekkend schip. Luxe, de grandeur en de kwaliteit straalt er vanaf. Het huidige personeel, geheel in de stijl van toen gekleed, is klantvriendelijkheid, Je voelt je daar gezien, ontvangen, goed behandeld. .

Zo’n passagierschip is gemaakt om passagiers te vervoeren van de ene plek naar de andere en alles en iedereen is erop gericht om dat zo vellig en comfortabel mogelijk te laten gebeuren. Een nadeel van grote schepen is, dat ze niet wendbaar zijn, en veel tijd en ruimte nodig heeft om te keren of om vanuit volle kracht een noodstop te maken.

Het tegenovergestelde geldt voor de watertaxi, supersnel en enorm wendbaar. Je hebt het gevoel in een groot formaat speedboot te zitten.

Al varend bedacht ik dat dit een mooi beeld is van hoe wij in onze organisatie onze aandacht willen verdelen en kanaliseren.

Doorontwikkeling

Een van de koersuitspraken in ons beleidsplan Voortvarend 2016-2019 is dat we ons willen door ontwikkelen naar een duurzame en innovatieve organisatie.

Bij de totstandkoming van Voortvarend, hebben we veel collega’s en veel mensen van buiten gesproken. Een van de conclusies van die exercitie was,  dat de manier waarop we werken, leidinggeven en ons werk organiseren nu nog redelijk voldoet, maar op termijn niet meer passend is bij wat van ons wordt gevraagd.

Dat horen we trouwens ook in onze organisatie. Het is toch wel ingewikkeld geworden. Het is lang niet altijd duidelijk wie nu waarvoor verantwoordelijk. Sommige processen lopen stroperig en niet altijd zijn we tevreden over het tempo en de resultaten van vernieuwingsprojecten.

Aandacht voor uitvoering

Allereerst willen we meer en gerichter aandacht geven aan de uitvoering van ons werk. Driestar educatief is alleen op de toekomst voorbereid, als we onze dienstverlening op gebied van Opleiding en Onderwijsadvies uitstekend vorm geven, wij allemaal werk leveren van een goede  – liefst uitstekende kwaliteit en we adequaat reageren op ontwikkelingen om ons heen en wat studenten en scholen van ons vragen.

Onze uitvoering is erop gericht, als hogeschool om studenten te vormen en op te leiden tot goede christelijke leraren, als  Onderwijsadvies om scholen te ondersteunen in hun ontwikkeling en als onderzoekscentrum is er om kennis te ontwikkelen die ons helpt om beter op te leiden en betere adviezen te kunnen geven.

Dat is – wat je noemt – het primaire proces. Daar moet alles en iedereen op gericht zijn. Daar verdienen we ook ons geld mee. Als de aandacht daarvan afgeleid wordt door allerlei projecten en vernieuwingen, doen we het niet goed. Dan versnippert onze aandacht.

En iedereen moet  ook voortdurend werken aan de kwaliteit van dit primaire proces.

Een docent blijft zijn colleges evalueren en verbeteren, een adviseur vraagt aan de school of zijn interventie succesvol is geweest en blijft zoeken naar nieuwe manieren, een onderzoeker is niet tevreden met oppervlakkige conclusie die nergens toe leiden en een ondersteuner wil op een zo goed mogelijk manier zijn te diensten leveren.

Op zo’n passagierschip als de SS Rotterdam was het volkomen duidelijk dat iedereen maar één doel dient: passagiers veilig en comfortabel varen van A naar B. Niemand haalt het in zijn hoofd om eens een alternatieve route uit te proberen, zonder dat duidelijk is waartoe die toe leidt. Alles staat in het teken van het primaire proces.

Innoveren

Een passagierschip heeft enorm veel power. De stoomturbines van de Rotterdam leveren 37.000 PK. Maar het is ook een enorm log schip. Om zo’n schip van koers te laten veranderen moet je lang van tevoren al bij gaan sturen. Dat is ook het probleem bij het besturen van een groot schip, het duurt lang voor je een stuurcorrectie merkt. Het omgekeerde is ook waar als het fout gaat kun je niet even snel bijsturen. De meeste scheepvaartongelukken gebeuren dan ook doordat de stuurman te laat ingrijpt.

Onze organisatie is ook log, niet wendbaar genoeg. We kunnen maar niet even een curriculum van een opleiding veranderen. En voordat je de impact daarvan ziet zijn we drie of vier jaar verder. Tegelijk verandert de regelgeving en het werkveld vrij snel en vraagt van ons reactie, bijsturing, andere koers. We probeerden dit steeds in de bestaande organisatie uit te vogelen, daarin te vernieuwen. Dit lukt niet goed, omdat we daar druk zijn met de uitvoering, het gaat ook niet snel genoeg en de resultaten daarvan zijn meestentijds niet heel erg goed.

Wendbaarder en sneller worden

In tegenstelling tot een groot passagiersschip is een watertaxi enorm wendbaar en snel. Kan gemakkelijk even een nieuwe route verkennen. En snel omkeren als het een vergissing blijkt te zijn.

Zo willen we ons echte, grote vernieuwingen ook wendbaarder en sneller maken.

Naast de aandacht voor de uitvoering, willen we daarom apart en gericht aandacht geven aan innovatie. We willen een aantal innovatieprojecten in de vaart brengen als wendbare boten, die ruimte krijgen om nieuwe dingen uit te denken en uit te proberen. We willen daar ook een manager voor vrijstellen, die daaraan alle aandacht kan geven. Die boten moeten natuurlijk bemenst worden, door mensen die graag willen vernieuwen, die er ook verstand van hebben en die voor een poos en voor een deel uit hun uitvoerende werk worden gehaald om zich te kunnen richten op innovatie.

Boarding proces

En hoe komen de opbrengsten van innovatieve projecten dan weer aan boord van het schip? Dit plaatje is een illustratie van de oplossing.

Er moet een boarding proces voor gemaakt worden, de opbrengsten van een innovatie, worden stap voor stap aan boord gebracht en ingevoegd in het bestaande of mogelijk leiden ze tot iets naast het bestaande. Het gaat dus niet alleen om innovatie maar ook hoe je de opbrengsten daarvan in het gewone dagelijkse werk een plek geeft.

 

We hebben de overtuiging dat de voorgestelde doorontwikkeling ons helpt om ons ideaal beter te kunnen realiseren ook in de toekomst. Het bouwen aan en bewaren van goed christelijk onderwijs. Dat deden we. En dat doen we. En dat hopen we te blijven doen.

 

Dit blog is een bewerking van het verhaal dat Robert Zoutendijk en ik als cvb hebben gehouden bij de start van het nieuwe academische jaar 2017-2018 voor alle collega’s van Driestar educatief.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Goede leiders zijn verhalenvertellers

petriglieriVerhalen vertellen is een manier om wijsheid over te dragen. Klassieke verhalen leven veel langer dan allerlei managementtheorieën en concepten. Verhalen leren ons hoe de wereld in elkaar steekt en hoe we onze emoties moeten reguleren. Klassieke verhalen zijn krachtig, helpen ons overleven en onszelf te overstijgen. Deze wijsheden ontleen ik aan een interview met Gianpiero Petriglieri in Management Team van april 2017. Omdat ik zowel van verhalen hou als van leiderschap heb ik het artikel met belangstelling gelezen en geef graag een paar van de wijsheden van deze associate professor aan INSEAD door.

Grote leiders zijn per definitie goede verhalenvertellers. En ze hebben en krijgen volgers voor wie die verhalen van betekenis zijn. Dat is wat leiders moeten doen. Ze hebben hun persoonlijke interesses en doelen, maar die moeten ze betekenisvol proberen te maken voor hun volgers. Leiders hebben zelfkennis en vaardigheden nodig, maar wat ze vooral moeten kunnen is verbinden. En dat is wat verhalen doen: verbinden.

Petriglieri vindt dat we het concept leiderschap hebben vernauwd en dat is gevaarlijk. Daardoor kunnen de banden met identiteit, context en gemeenschap worden verbroken. Als leider moet je balans zoeken door je te onderscheiden, nieuw perspectieven te openen voor je team of organisatie. Maar tegelijk moet je ook aansluiten bij je team, de community waaraan je leiding geeft. Mensen moeten je vertrouwen en met jou op weg willen gaan. Als je alleen maar onderscheidt en niet verbindt gaat er niemand mee. Als je alleen maar aansluit kom je niet vooruit. Beiden zijn nodig.

Verhalen kunnen daarbij helpen. Maar ook de mensen met wie je je omringt. Je moet ook durven twijfelen, daadkracht tonen, maar ook je geregeld afvragen waarom je iets doet en wat de betekenis daarvan is. En daarvoor is nodig dat je af en toe ruimte maakt voor jezelf, waar je alleen kunt zijn me je gedachten en waar je je verhaal kunt bevragen.

Een andere wijsheid die Petriglieri deelt is dat je als leider nooit een rustig bestaan hebt. Als je het wel hebt moet je je afvragen of je wel leiding geeft. Voor een leider gaat het nooit zo snel als hij zou willen, maar dat is een teken van leiderschap. Het gevoel dat het niet zo hard gaat hoort bij leiden. Relaxte leiders bestaan niet.

Hij adviseert leiders zichzelf drie vragen te stellen:

  1. Ben ik voldoende verbonden met mezelf? Zo niet, waar ben ik mezelf dan verloren?
  2. Heb ik genoeg mensen om mij heen bij wie ik kan bijtanken? Zo niet waarom niet? Is het wantrouwen of kan ik niet delegeren?
  3. Heb ik een gevoel van verbondenheid met de andere mensen in het bedrijf? Doen we het samen? Zo niet, wat moet er dan gebeuren om die verbondenheid weer te herstellen?

Als deze drie connecties kloppen – met jezelf, je vertrouwenskring en het collectief – is het nog altijd een strijd, mar wel een die zinvol aanvoelt.

n.a.v. De leider en zijn verhaal, interview met Gianpiero Petriglieri, door Karin Swiers. Management Team, april 2017.

 

 

 

Geplaatst in Geen categorie, Leiderschap, Organisatie ontwikkeling, Professionele cultuur | Een reactie plaatsen

Afdalen van de piramide

 

gabriel anthonio 1Veel (publieke) organisaties zijn bezig met een ingrijpende verandering, meer horizontaal organiseren. Het organogram van de meeste organisaties zag er tot voor kort uit als een piramide, de hoogste baas aan de top, daaronder de managementlaag, dan een laag met afdelings- of teamleiders en dan het ‘gewone volk’, die mensen die het primaire proces draaiende houden. De leraren, politieagenten, verpleegkundigen, pedagogisch medewerkers, gevangenbewaarders, maatschappelijk werkers, behandelaars. De frontsoldaten die het werk doen waarvoor de organisatie is bedoeld.

Ondertussen weten we dat deze verticale manier van organiseren,  niet (meer) tot de beste prestaties leidt en vaak ook niet tot grote tevredenheid bij medewerkers. ‘Bureaucratie, ‘red tape’ organisatie, top-down, het geld blijf bij de managers hangen’, zijn woorden die weergeven wat medewerkers ervaren. Bij extra subsidies komt het geld zelden echt aan het front, maar gaat op in overhead, projectmanagement en ondersteuning van het geheel.

Al enige tijd hebben we een professor die van dit proces studie maakt. Hij heet Gabriel Anthonio en is bijzonder hoogleraar sociologie van leiderschap, organisaties en duurzaamheid aan de Rijksuniversiteit Groningen. Op 7 juni 2016 sprak hij zijn inaugurele rede uit, Leiderschap in verandering, over afdalen van de piramide en struikelen over kiezelsteentjes.

Wat is hij aan het onderzoeken? Hij gaat op zoek naar een nieuwe balans tussen het gabriel anthonio 2klassieke, verticale sturen en horizontale oplossingen die lager in de organisatie gevonden worden. Hij richt zich vooral op publiek leiderschap, leiderschap van publieke organisaties, waarin het niet gaat om harde bedrijfsresultaten, winst en marktaandeel en de context vooral bepaald wordt door politieke, sociale en maatschappelijke ontwikkelingen.

Het klassieke leiderschap model, sturing van boven naar beneden en verantwoording van beneden naar boven, werkt steeds minder goed. Door technologische, sociale en maatschappelijke ontwikkeling is de piramide zijn langste tijd gehad en zoeken we naar nieuwe manieren van leiderschap en andere organisatievormen. Wat te doen? De hele organisatie kantelen en het management afschaffen leidt tot chaos. We moeten op zoek naar een nieuwe balans.

Anthonio heeft zelf veel ervaring opgedaan met een horizontale manier van leidinggeven in een tbs-kliniek waaraan hij leiding gaf. Horizontaal leidinggeven betekent dat je niet alles meer in de hand hebt, dat je vertrouwen moeten geven, maar ook dat onzekerheid toeneemt en er ruimte komt voor improvisatie. Medewerkers worden actievere en cliënten krijgen een rol bij de ontwikkeling van de organisatie en de vorming van het beleid.

De reden waarom hij zelf deze weg is opgegaan is dat hij heeft ervaren dat klassiek, hiërarchisch leiderschap vaak belemmerend werkt en noodzakelijke vernieuwingen eerder tegenhoudt dan bevordert. Het komt niet tegemoet aan de groeiende behoefte van medewerkers aan professionele autonomie en ruimte voor zelfsturing. Het werkt niet meer. We zijn toe aan een nieuwe oriëntatie. Hij wil daarom graag op zoek naar nieuwe vormen van leiderschap en van organiseren. Vormen waarbij het internationale aspect van leiderschap belangrijker wordt, het meer aankomt op de informele invloed van de leider en de impact daarvan op de leider zelf, de medewerkers en de maatschappelijke omgeving.

Anthonio is iemand die ik graag wil volgen, omdat hij vanuit opkomend uit de praktijk nu bezig is aan een wetenschappelijke zoektocht naar een nieuwe balans in publiek leiderschap. Veel publieke leiders herkennen dit, maar vaak weten we nog niet goed hoe het dan moet. Ik hoop dat Anthonio ons hierbij gaat helpen.

Lees ook
Leiderschap zoekt de weg omlaag. Nederlands Dagblad 24 mei 2017.

Zoek kwetsbare mensen op. Reformatorisch Dagblad 24 Mei 2017.

 

Geplaatst in Geen categorie, Leiderschap, Organisatie ontwikkeling, Professionele cultuur | Een reactie plaatsen

Inspiratie

We hebben allemaal zo onze inspiratie-momentjes. Althans dat hoop ik. Als ze er niet meer zijn dan gaat het niet goed. Inspiratie in je werk is toch zo iets als olie in de machine of hout voor het vuur. 

Mijn werk is afwisselend. Geen dag is hetzelfde. Ik ontmoet veel verschillende mensen. Ben bezig met veel verschillende en meestal boeiende dingen. Daardoor heb ik best vaak een inspiratiemoment. Maar soms heb je van die uitschieters. Dan word je geraakt in je diepste drijfveren. Dan weet je weer waarvoor je ’s morgens je bed uitkomt en wordt de motivatie weer vernieuwd.

Zo’n moment had ik in de voorjaarsvakantie in Budapest. Ik was daar op een schoolleidersconferentie van de ACSI, Association Christian Schools International. Schoolleiders uit veel Europese en andere landen waren er van woensdag tot zaterdag bij elkaar om te luisteren naar verhalen, ervaringen te delen, aan elkaar te vertellen over de totstandkoming van hun christelijke school, te bidden en te zingen. Zo’n 180 mensen uit 24 verschillende landen. De voertaal was Engels, maar er werd steeds simultaan in vijf talen vertaald. En tussen de verhalen door werd er genetwerkt. Mensen konden een tafel inrichten om daarop iets van de eigen school te laten zien en contacten te maken om bijvoorbeeld afspraken te maken over het uitwisselen van leerlingen.

Je ontdekt dat er veel meer christelijke scholen zijn dan je dacht en ook in landen waar je dit niet verwacht. Er waren twee Palestijnen die een christelijke school runnen vlak bij Bethlehem. De school wordt bezocht door christelijke en moslimkinderen. Een school die deels in zijn eigen onderhoud voorziet door in de avonduren en op zaterdag het sportveld te verhuren aan sportclubs en een kippenfarm te exploiteren waar de opbrengst van de verkoop van de eieren voor de school bestemd is.

Indrukwekkend was ook het verhaal van de mensen uit Pakistan. Een christelijke school in een streng islamitisch land. De directeur liet een islamitische kindercatechismus zien, die dagelijkse kost is voor de kinderen op de staatscholen, ook voor vierjarigen. Hoe verwarrend voor christelijke kinderen, zo zei hij, dat je thuis hoort dat God ons geschapen heeft en Jezus Zijn Zoon is en op school elke dag moet opdreunen dat Allah God is en dat Mohamed Zijn profeet is.

Door deze verhalen en gesprekken kom je weer terug bij de kern van christelijk onderwijs: kinderen in aanraking brengen met het Evangelie. Hoor je weer hoe belangrijk een christelijke opvoeding en een christelijke school is voor christenen die in seculiere omgeving wonen, waar ze als christen een zeer kleine minderheid zijn. En vooral kom ik onder de indruk van de toewijding van deze mensen, de trots en de dankbaarheid waarmee ze spreken over hun eigen school(tje). Vooral als mensen vertellen hoeveel ze ervoor over moeten hebben: vaak een heel laag salaris, een goede baan of positie ervoor opgeven, en een beroep uitoefenen met een lage sociale status.

Van elke land een deelnemer op het podium

Van elk land een deelnemer op het podium

 

 

 

 

 

 

 

 

Dit alles raakt mijn hart en voedt mijn motivatie om voor christelijke scholen in andere landen iets te betekenen en te uit te delen van onze zegeningen met zoveel jaar vrijheid van onderwijs, een eigen opleidingsinstituut, ervaring in en kennis van christelijke onderwijs. Omdat ik op zo’n conferentie de hele dag actief ben in luisteren, gesprekken voeren en ervaringen delen, ben ik moe aan het eind van de week. Maar het vuurtje is ook weer aangestoken; ik heb iets ervaren en geproefd van Gods werk in deze wereld, niet in het minst door eenvoudige, toegewijde leraren die kinderen elke dag goed christelijk onderwijs proberen te geven.

 

Geplaatst in Geen categorie, Leiderschap, Leraarschap | Een reactie plaatsen

Benedictijns leidinggeven

tom van den belt

Tom van den Belt

Al lange tijd ben ik geïntrigeerd door Benedictus van Nursia (480-547). Hij stichtte een klooster op de berg Monte Casino in Italië. En schreef een regel hoe je met elkaar binnen zo’n klooster op een christelijke wijze kunt samenleven. Uit dit klooster is een grote kloosterorde, de Benedictijner orde, voortgekomen. Op veel plekken in West-Europa kom je deze kloosters tegen. Een aantal daarvan zijn nog steeds in bedrijf. Sterker nog, de belangstelling voor het kloosterleven is groeiende.

Wat mij boeit in Benedictus is zijn wijsheid, ontleent aan de Bijbel en de christelijke traditie. Wijsheid die hij  om weet te zetten naar aanwijzingen voor het dagelijks leven in het klooster. De regel van Benedictus is een klein boekje met 73 korte hoofdstukjes, waarin het leven binnen het klooster ‘geregeld’ wordt. Het is al 1500 jaar oud is. En toch is  het verrassend actueel en toe te passen op je eigen leven.

Een aspect uit de regel betreft leiderschap. De abt, de leider van het klooster, heeft een belangrijke taak. Hij is verantwoordelijk voor het welzijn van de kloostergemeenschap in algemene zin en voor het geestelijk welbevinden van ieder persoonlijk. In de regel worden prachtige en wijze woorden gezegd over het leiderschap van de abt. Woorden die gemakkelijk vertaald kunnen worden naar hedendaags leiderschap en doordringen tot de kern van leidinggeven. Diverse auteurs in binnen- en buitenland hebben die vertaalslag ter hand genomen. Ik mijn boekenkast staat er al acht titels. En pas is er weer eentje bijgekomen. Christelijk management volgens de regel van Benedictus van Tom van den Belt. Dit soort boeken blijven bij mij niet lang op het bureau liggen. Ik maak er tijd voor om ze tot me te nemen. Ik geef hier een korte samenvatting van mijn leeservaring met dit boek.

Een paar dingen vielen me al gelijk op bij het doorbladeren. Het boek ziet er mooi uit, chr leiderschap tom van den beltharde kaft, twee leeslinten erin, frisse omslag. Van de 150 pagina’s zijn er 50 bestemd voor de regel zelf. Van de 100 pagina’s die overblijven gaan er 30 over Christelijk leiderschap en HRM. Het eerste hoofdstuk gaat over de Benedictijnse spiritualiteit, waarin ontstaan en geschiedenis van de orde van de Benedictijnen wordt beschreven. Dan blijven er – slechts – drie hoofdstukken bij elkaar 50 bladzijden over voor waar ik eigenlijk het boek voor kocht Benedictijns leiderschap. Dat deel van het boek vind ik trouwens ook het meest waardevol.

Van den Belt heeft de regel nauwkeurig gelezen, gespeld zo lijkt het. Analyserend en samenvattend komt hij  tot een model van Benedictijns leiderschap. Dit legt hij als basis onder een door hem ontwikkeld concept van christelijk leiderschap, dat hij in het vijfde hoofdstuk beschrijft. Dat modelmatige vind ik een van de lastige punten in het boek.  Benedictus krijg ik niet zo gemakkelijk in een model gevangen. Ik vraag me ook af of  dit past bij Benedictijns leiderschap. Leiderschap gaat vooral om de persoon van de leider, hoe hij zelf in het leven staat, geworteld en gevormd is. De waarden waar hij van uit gaat, zijn verlangen om een bijdrage te leveren aan de gemeenschap. Ondanks de moeite die ik ervaar met het modelmatige, vind ik dat Van den Belt een paar mooie hoofdstukken heeft geschreven over Benedictijns leiderschap, waarmee elke leider zijn winst kan doen.

Leiders hebben de verantwoordelijkheid over mensen, zielen en hij moet daar rekenschap van afleggen. Alleen al deze zin, een bijna letterlijk citaat uit de regel, is waard om goed overdacht te worden. Je kunt dan reflecteren over hoe je je eigen ziel levend houdt. Wat een leider kan doen om de zielen van de medewerkers in leven te houden. En hoe we de ziel van de organisatie kunnen beïnvloeden. De mildheid van Benedictus over fouten die gemaakt zijn en dat deze mogelijkheden zijn om te leren, moeten we ons ter harte nemen. En ook waarom iemand tot leider gekozen wordt. Een goede levenswandel en een onderricht dat van wijsheid getuigt, zijn de gronden waarop men iemand kiest voor dit ambt. Een leidinggevende wordt gekozen op grond van wie hij is en hoe hij is. Niet op basis van zijn CV of presentatie. Dit zijn een paar voorbeelden, die uit de regel tot ons komen. Neem en lees.

In het vijfde hoofdstuk legt de auteur aan de hand van een paar eenvoudige modellen uit wat volgens hem de principes van christelijk leiderschap en HRM zijn. Overigens is de lijn van Benedictus naar dit hoofdstuk niet heel duidelijk. Je kunt dit hoofdstuk ook los van het vorige tot je nemen. Voor van den Belt ligt de basis voor christelijk leidinggeven en werkgeverschap in een zestal kernwoorden: liefde en trouw, recht en gerechtigheid en barmhartigheid en genade. Het midden tussen liefde en trouw is barmhartigheid. Het midden tussen recht en gerechtigheid is genade. Om wat meer inzicht te geven in de redenering die van den Belt volgt, werk ik de laatste even uit. Werkgeverschap kenmerkt zich door recht en gerechtigheid. Recht verstaan als vastgelegde afspraken, regels, wetten, waarbij ook sancties horen als ze overtreden worden. Recht heeft van doen met duidelijkheid, eenduidigheid, objectiviteit. Gerechtigheid betekent dat er oog  en  hart  is voor de medewerker. Gerechtigheid is niet uit op afrekenen, maar wil de medewerker erbij houden. Het is een dimensie die de arbeidsrelatie in stand wil houden en versterken. Als beide aspecten, recht en gerechtigheid in stand gehouden worden, is er sprake van goed werkgeverschap, waarbij het Bijbelse kernwoord  genade past. En wanneer het andere woordenpaar liefde en trouw met elkaar in balans is  er sprake van barmhartigheid.  Zo zijn voor van den Belt liefde en barmhartigheid kenmerkend voor christelijk leiderschap.

Dr. Tom van den Belt T. v.d. (2016). Christelijke management volgens de regel van Benedictus. Barneveld: Beltom Advies.

Zie ook de website van de auteur: www.beltomadvies.nl

Geplaatst in Boeken, Geen categorie, Leiderschap | Een reactie plaatsen