Leiderschap vraagt karakter


Goede leiders zijn niet op zichzelf gericht, maar zoeken de groei en bloei van de gemeenschap. Ze nemen besluiten op grond van morele waarden, spiegelen zich aan de Bijbel en bidden om wijsheid, betoogt Rens Rottier.

Dat wij in een tijdperk van verandering leven, is een open deur. Grote geesten steken dieper af en zeggen dat we in een verandering van tijdperk leven. Op veel fronten ervaren we kantelingen, met grote gevolgen voor onze samenleving. Ingewikkelde vraagstukken komen op ons af. Eenvoudige oplossingen zijn niet voorhanden. Er is behoefte aan leiderschap. Aan leiders die, onafhankelijk van heersende meningen en van wat populair is, de echte vragen durven stellen. Die de verantwoordelijkheid nemen om nieuwe wegen te zoeken of oude paden te herstellen.

Voor christenen die leidinggeven in het bedrijfsleven, de politiek of de maatschappij ligt hier een uitdaging. In dit essay ga ik na welk leiderschap er nodig is en wat we vanuit onze christelijke traditie daaraan kunnen bijdragen.

Onbehagen

Op globaal en lokaal niveau in onze samenleving (in organisaties, bedrijven en gezinnen) hebben de veranderingen grote impact. Ze vragen om leiderschap. Onze welvaart en het daarbij passende vooruitgangsgeloof naderen hun grenzen. We verliezen het vertrouwen in de politiek en de instituties. Het maatschappelijk onbehagen groeit. We kunnen niet meer vertrouwen op informatie die via media tot ons komt. We ervaren onze kwetsbaarheid en raken verstrikt in complexe vraagstukken die onoplosbaar lijken.

Een voorbeeld van zo’n complex vraagstuk is ons op maximale productie gerichte landbouwsysteem. Een paradepaardje van de Nederlandse economie. Het is perfect georganiseerd. Door de inzet van veel kennis en techniek hebben we de processen in eigen hand en halen we alles eruit wat erin zit. Helaas ervaren we steeds meer de schaduwzijden van deze ontwikkeling. Het uitsterven van bijen en andere insecten, met ingrijpende gevolgen op langere termijn, toont een van die donkere kanten. En stelt boeren, natuurbeheerders en politici voor een ingewikkeld, schier onoplosbaar vraagstuk.

Onze samenleving kent veel van dit soort vraagstukken. Politici, beleidsmakers en ondernemers bijten hun tanden erop stuk. Een diversiteit aan meningen en mogelijke oplossingen komt via de media naar ons toe. En steeds meer komt de prangende vraag in ons op: wie zal hier leidinggeven en de goede richting wijzen?

Management dat de dingen goed doet, organiseert, uitlijnt en projectmatig aanstuurt, schiet hier tekort. Dit type vraagstukken is niet op te lossen door de dingen nog efficiënter te doen. We hebben mensen nodig die de vraag stellen of we de góéde dingen doen. Leiders die de verschillende belangen weten te overstijgen, over hun eigen schaduw heen durven springen, zoeken naar ”win-win”, over de grenzen van de sectoren het gesprek aangaan, nieuwe inzichten ontwikkelen. Leiderschap dat fundamentele vragen durft te stellen bij het systeem en een beweging op gang weet te brengen om dit te veranderen. In deze ingewikkelde tijd hebben we een overvloed aan managers, maar een gebrek aan leiderschap.

Richting en visie

Door klimaatveranderingen smelten ijsbergen. Ook de managementpiramide heeft haar langste tijd gehad. Top-down leiderschap is voorbij. Organisaties verplatten. Zelforganisatie en zelfsturing zijn de nieuwe trend.

Hiermee lost de vraag naar leiderschap zich echter niet op. Veranderingen in structuren brengen ons zelden tot nieuwe inzichten. Ze werken even, maar al snel ervaren we de nadelen ervan.

Omgekeerd werkt het wel: nieuwe inzichten leiden vaak tot aanpassingen van de structuren. Daarvoor is echter leiderschap nodig. Leiders die richting wijzen, visie hebben, kunnen en durven denken vanuit een nieuw paradigma.

We beseffen allemaal dat er goed leiderschap nodig is om een land te besturen, een school of ziekenhuis te leiden of een onderneming te starten en tot een succes te maken. Maar wat is goed leiderschap?

Op zoek naar een antwoord op deze vraag heeft men bibliotheken vol managementboeken geschreven. Het wemelt ook van businessschools met MBA-opleidingen in allerlei soorten en maten. En er is een scala aan leiderschapstrainingen. Toch zou ik het antwoord op de vraag naar goed leiderschap niet daarvan willen verwachten. Veel van die opleidingen zijn vooral economisch gedreven en ingebed in de sociale en economische wetenschap. Ik leg mijn oor liever te luister bij geesteswetenschappen, zoals theologie, filosofie, ethiek en cultuurwetenschap. Daar krijgen we antwoorden op vragen als: Waartoe zijn wij op aarde? Wat is de zin en betekenis van leiderschap? Wat is de menselijke waarde ervan? Hoe werkt leiderschap? Wat is goed leiderschap?

Integriteit

”Zonder moraal gaat het niet” is de titel van een rede die Joris Luyendijk in 2016 hield en waarin hij onder woorden brengt wat hij als journalist van de bankencrisis leerde. Die titel is de kortst mogelijke samenvatting, niet alleen van de bankencrisis, maar ook van wat er in onze samenleving aan leiderschap nodig is. Leiderschap gaat over moraal, over wat goed is voor organisaties en voor de samenleving, voor burgers, leerlingen en patiënten. Leiderschap gaat over onderliggende waarden die laten zien wat ertoe doet, wat we echt van belang vinden en waar we naar streven. Waarden die richting geven aan ons handelen.

Het fundament van leiderschap is karakter. Daarmee bedoel ik niet de eigenschappen waarmee je geboren wordt en die je deels in de genen meekrijgt. Karakter is wie je bent, waar je voor gaat en waar je voor staat. Niet charisma en organisatietalent maken iemand tot een leider met impact, maar de persoon die hij is. Veel onderzoekers speuren naar het geheim van goed leiderschap. Rijen kenmerken vinden we in hun artikelen en boeken. Ze zijn bijna allemaal terug te brengen tot één noemer: de persoon van de leider.

Bij goed leiderschap gaat het om karakter, deugden, ethiek en moraal. Woorden die daarbij passen zijn: integer, verantwoordelijk, onbaatzuchtig, compassie, moedig. Leiderschap vraagt karakter. Het is dat wat je bent als niemand je ziet. Je gedraagt je zo omdat je zo bent en zo wilt zijn. Anderen noemen dit innerlijke integriteit. Het vermogen om in een bepaalde context het goede te doen. Niet omdat het moet, maar omdat je het wilt.

Radar of kompas

In veranderende tijden kunnen leiders niet op de automatische piloot varen. Als oude werkwijzen niet meer voldoen, moet je op zoek gaan naar nieuwe. Dat vraagt om visie, richtingsbesef en moed. Durf een nieuwe koers te kiezen. Die koers kun je bepalen via de radar of via het kompas.

Een radar zendt signalen uit die terugkaatsen als er iets in de weg zit. Op het radarscherm doemt op wat dicht in de buurt komt en om reactie vraagt. Koersen via de radar werkt van buiten naar binnen. De signalen die van buiten komen, bepalen je vaarroute. Veel mensen gaan zo door het leven. Ze laten zich leiden door wat er van buiten op hen afkomt. Mode, trends, nieuwe technieken, gebeurtenissen, storingen. De sociale media zijn zo geprogrammeerd dat ze ons vaak willen onderbreken. Hoe vaak laten we dit ook daadwerkelijk gebeuren? Gaan we al websurfend door het leven? Gaan we zonder bepaald doel van het een naar het ander, getrokken door wat zich aandient, aandacht trekt of in het nieuws is?

Leidinggeven via de radar werkt van buiten naar binnen. Dan reageer je steeds op wat er op je afkomt. Je volgt de hypes, laat je leiden door wat anderen van je vinden. Dat zorgt voor een onrustig bestaan. Je vaart een zigzagkoers en weet niet goed waar je naartoe wilt.

Varen op een kompas werkt anders. Je gebruikt een kompas om de juiste richting te vinden. Het is geen routeplanner die precies zegt wanneer je moet afslaan. Een kompas geeft de richting aan. In de praktijk neem je elke keer je besluiten met die richting voor ogen. Je gaat ergens naartoe. Je hebt een doel voor ogen. En je maakt die keuzen die het doel dichterbij brengen. Varen op het kompas is niet reactief, niet risicomijdend, maar proactief en doelgericht. Je bent op weg en je negeert wat je van dat pad af zou brengen.

Varen op het kompas is moeilijk. Je moet je aandacht gericht houden op het doel, weten waar je naartoe wilt, visie ontwikkelen, richting zoeken. Dat allereerst. En dan ook de discipline hebben om je niet van je pad af te laten brengen. Discipline is: veel dingen niet doen die andere mensen wel doen. Omdat je een doel voor ogen hebt dat belangrijker voor je is dan alle storingen en afleidingen uit je omgeving.

Staande blijven

Als we karakter, moraal en kompas bij elkaar brengen, betekent goed leiderschap varen op het morele kompas. Een moreel kompas wordt gevormd door je persoonlijke waarden, die nauw samenhangen met je wereldbeeld, je overtuigingen, je levensbeschouwing, je geloof. Waarden die je deels in je thuismilieu meekrijgt en door levenservaring verder ontwikkelt. Die waarden geven richting, helpen je om de goede keuzes te maken en vormen je tot iemand met karakter.

Goed leiderschap is moreel leiderschap. Grote leiders vallen daardoor op. Ze tonen karakter om staande te blijven te midden van verleidingen. Maken morele keuzen op basis van hun waarden. Staan ergens voor en gaan daar ook voor, koste wat het kost.

Moreel leiderschap is niet op zichzelf gericht, maar zoekt de groei en bloei van de gemeenschap. Het zet de behoeften van anderen voorop en neemt en hanteert besluiten op grond van morele waarden.

Rijke erfenis

Het christelijk geloof en de joods-christelijke traditie vormen een rijke voedingsbodem voor moreel leiderschap. We hebben niet alleen het meest zuivere morele kompas tot onze beschikking, de Bijbel, de Wet, het Evangelie. We staan ook in een traditie van duizenden jaren, waarin we voorbeelden hebben van koningen, priesters, profeten, leiders en discipelen. Van predikanten, zendelingen, leiders en leraren. Maar ook van ‘gewone’ gelovigen die in hun eigen omstandigheden moreel leiderschap toonden.

Naast de Bijbel is er een massa christelijke literatuur over de essentie van het goede leven, over hoe wij als mensen moeten samenleven, welke waarden we moeten nastreven, wat de betekenis is van het leven op aarde en hoe een leven met God ons pas echt tot onze bestemming brengt. Daarmee beschikken we over een geweldig arsenaal aan verhalen, beelden, concepten, ideeën en woorden die ons helpen om moreel leiderschap handen en voeten te geven.

Een oprecht christelijk leven brengt ons in de juiste modus om leiderschap te tonen en te ontwikkelen en te leven naar de standaard van morele waarden. We ontlenen onze waarden aan Gods wet, een volmaakt normatief kader.

De basis is God liefhebben boven alles. Dat betekent dat we alles doen voor Hem en niet voor de mensen. Dat we strijden tegen de zonde, allermeest in ons eigen leven. Dat we beseffen te mogen leven van genade, wat leidt tot een liefdevolle en barmhartige houding jegens de ander. Dat betekent ook dat we leidinggeven vanuit een houding van dienende verantwoordelijkheid, omdat we beseffen dat we rekenschap moeten afleggen aan de Koning van hemel en aarde.

De naaste liefhebben als onszelf leert ons gericht te zijn op de ander. Te heersen door te dienen, te handelen naar Gods wil in het omgaan met de mensen in onze omgeving en te bidden om Zijn zegen.

Een oprechte christen praktiseert waarden zoals betrouwbaarheid, eerlijkheid, waarheid, betrokkenheid, aandacht en toewijding. Christelijke leiders tonen morele moed, zijn integer en maken geen misbruik van hun positie. Ze doen wat ze zeggen en geven zelf het goede voorbeeld.

Leiders die het christelijk geloof aan hun werk verbinden, beseffen dat ze hun gaven van God ontvingen en verwachten elke dag hun kracht van God. Ze verlangen ernaar Jezus te volgen en van betekenis te zijn in de wereld.

Een christen die zich het eigendom van Christus weet, hoeft niet met zichzelf bezig te zijn, hoeft zijn eigen ik niet op te blazen. Hij heeft daardoor ruimte en aandacht voor anderen en voor de taak die God hem gaf. Een christen hoeft niet de populariteit van zijn omgeving na te streven; dat geeft hem een zekere onafhankelijkheid.

Christenen beschikken over een rijke erfenis als het gaat om moreel leiderschap. Ze staan daarin op de schouders van de velen die hen voorgingen.

Ingekerfd

Kunnen we moreel leiderschap leren? Ja. Maar we zijn daarin allereerst afhankelijk van Gods Geest, Die ons hart moet hervormen, onze wil moet ombuigen en ons een nieuwe levensrichting moet geven. Hij is de eerste. Uiteindelijk gaat het bij christelijk en moreel leiderschap om een diep besef van afhankelijkheid. Daarvoor is een wijs hart nodig. Salomo besefte dit toen hij, in antwoord op de droom waarin God hem verscheen, vroeg om „een verstandig hart”, om onderscheid te kunnen maken tussen goed en kwaad.

Tegelijk staat het ontwikkelen van moreel leiderschap niet los van hoe we leven, ons gedrag, onze gewoontevorming en het oefenen van nieuwe gedrags- en denkpatronen. Het staat ook niet los van het leren van fouten en het reflecteren op ons eigen optreden en gedrag en vooral ook het vragen van feedback.

Het oorspronkelijke woord voor karakter is verwant aan het werkwoord ”inkerven” ofwel ”etsen”. De beeltenis van een machthebber werd ”ingekerfd” in een munt. De waarden die God ons gegeven heeft tot heil van onszelf, onze naaste en de wereld waarin we leven, moeten ingescherpt en ingekerfd worden. Dan laten we in ons dagelijks leven iets zien van Hem Wiens beelddrager we zijn. En zo krijgen we karakter.

Nogmaals: kunnen we moreel leiderschap leren? Ja, maar we zijn er nooit. We blijven beginners en moeten dagelijks oefenen. Daarvoor heeft de christelijke traditie ons een belangrijke vorm meegegeven: elke dag beginnen op je knieën. Dat is al duizenden jaren door miljoenen gelovigen beoefend. Je dagelijks vormen in de godzaligheid, door het nemen van tijd voor gebed en Bijbelstudie. Stille tijd, waarin je jezelf heel concreet spiegelt aan de Bijbel en om wijsheid bidt. Omdat we weten wat David in Psalm 18 bad: „Want U doet mijn lamp lichten, Heere.” Alleen in Zijn licht zien wij het licht. Om moreel leiderschap te kunnen beoefenen, moeten we ons dagelijks laten voorlichten door het Woord van onze God. Alleen wanneer we door Hem aangestoken zijn, kunnen we een licht zijn voor anderen.

Gepubliceerd als essay in het Reformatorisch Dagblad 18 mei 2018.

 

, ,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *