Terug naar onze leest – kernactiviteiten van schoolleiders

leest 1In maart verscheen er een informatief rapport van de onderwijsinspectie onder de titel ‘De kwaliteit van schoolleiders’. Hoewel geen spannende lectuur, wel informatief en een ‘must-read’ voor ieder die zich met het opleiden van schoolleiders bezighoudt. Wat mij verheugt is, dat de schoolleider weer terug gaat en moet naar zijn leest: leidinggeven aan een school en aan de kernactiviteit binnen een school, onderwijs. En dat goed leidinggeven vooral zichtbaar is in de kwaliteit van het onderwijs.

Schoolleiders in PO, SO en VO werden bekeken op de kwaliteit van hun functioneren en hoe dit al of niet samenhangt met de kwaliteit van het onderwijs op hun school, de context, de kwaliteit van het bestuur en hun draagvlak binnen de teams. Over het laatste hoeven we ons, op basis van dit rapport, het minst zorg te maken. Hoewel veel schoolleiders hier juist wel problemen ervaren, laat het rapport zien dat de meeste leraren wel redelijk tevreden zijn over hun schoolleiders.

De kwaliteit van de schoolleiders is zeker nog níet overal op orde. De  basiscompetenties voor schoolleiders zijn  door de beroepsgroep zelf geformuleerd. Slechts ongeveer 1 op de 10 scoort op alle basiscompetenties goed. Ongeveer de helft (PO), tot twee derde (VO) scoort voldoende. Hier moet dus nog een flinke stap worden gezet. Vooral omdat we hier spreken over básiscompetenties. Als schoolleiders vinden we dat dit de basis is, die dus gewoon aanwezig zou moeten zijn.

Verder blijkt dat of iemand een goede schoolleider is, niet samenhangt met de context. Als schoolleider mopperen op je team, de ouders of het bestuur, geeft dus geen pas. We zitten zelf op een plek waar we het verschil kunnen maken. Wel is er in het PO een verschil te zien tussen vrouwen en mannen: vrouwen doen het beter dan mannen. Een mogelijke verklaring kan zijn, dat  vrouwen minder snel kiezen voor de functie van schoolleider. Daar zou een selecterende werking van kunnen uitgaan. Vrouwen lijken zich ook meer te richten op de interne kant van de school en daardoor op de kwaliteit en opbrengsten dan mannen. Mannen lijken zich meer naar buiten toe te profileren. Het inspectierapport heeft vooral oog voor de interne kant.

Een ander opvallend punt is: als het gaat om de kwaliteit van het onderwijs, de opbrengsten en de professionalisering van het personeel, PO het beter doet dan het VO. In het VO hebben schoolleiders relatief weinig aandacht voor het primaire proces. Zij worden erg in beslag genomen, door regels, procedures en structuren.

De grote conclusie van dit onderzoek is iets wat ik in elke bijdrage over schoolleiderschap minstens één maal zeg: leiderschap doet ertoe! Het rapport laat zien dat er een verband is tussen de kwaliteit van de schoolleiding en de kwaliteit van de lessen. Goede schoolleiders richten zich op de kernactiviteit van de school: het onderwijs. Zij hebben opvattingen over wat goed onderwijs is, ze geven aandacht aan de leskwaliteit en de opbrengsten en gaan daarover in gesprek. En daarmee doen ze ertoe. Schoolleiders hebben dus een sleutelpositie, als het gaat om de beïnvloeding van de kwaliteit van het onderwijs. Ook bestuurders hebben daarop invloed. Goed bestuur hangt samen met goed leiderschap in de school en dit hangt samen met goede onderwijskwaliteit.

Dit betekent dat schoolleiders en bestuurders vooral moeten investeren in hun eigen kwaliteit, het leren beheersen van de basiscompetenties. Dat ze zich moeten concentreren op dat wat er echt toe doet. Dat ze zich moeten richten op de onderwijskwaliteit en dat ze de professionalisering van hun team de hoogste prioriteit moeten geven.

Feitelijk is het dus allemaal niet zo moeilijk: richt je op waar het echt om gaat,  onderwijs, welbevinden, kwaliteit van het leraarschap en opbrengsten. Geef daar je aandacht aan en leest 2richt daarop je agenda in. De overheid zou schoolleiders niet teveel moeten storen met allerlei administratieve verplichtingen, regels, procedures, brieven en eisen die niet direct met het onderwijsleerproces te maken hebben. Dan kan hij/zij bij de leest blijven. En dat wordt zichtbaar in resultaten.

Ik ben blij dat we steeds meer tot het inzicht komen dat de schoolleider leiding moeten geven aan onderwijs. Het rapport geeft m.i. daar nog een tamelijk functionalistische invulling aan. Ik geloof dat er nog een paar voorwaarden van groot belang zijn. Weet een schoolleider te inspireren, is hij zelf geïnspireerd, heeft hij opvattingen over goed onderwijs, een visie die hij zo weet uit te dragen dat het schoolteam die als gezamenlijke missie gaat omarmen en zo als team verbonden raakt aan een gezamenlijk na te streven ideaal?

Dit bericht is geplaatst in Leiderschap, Onderwijs, Professionele cultuur. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *